Preek bij de Kerstnachtmis 2018

Godzoekers

Zusters en broeders,

Wanneer we Kerstmis vieren, dan worden we omgeven door tradities en romantiek. Op televisie en radio worden we overspoeld door berichten over ‘hoe het hoort’, hoe anderen Kerstmis vieren, zoals bijvoorbeeld de koninklijke familie en reclames die op onze romantische emoties inspelen. Ondertussen zie je steeds meer mensen die ‘moeite’ zeggen te hebben met de christelijke basis van Kerstmis. Ze mijden het liefste alles wat verwijst daarnaar: geen Kerststal, geen christelijke Kerstliedjes, Kerststol moet maar feestbrood worden en ga zo maar door. Gekke is dat je vervolgens niemand moeilijk hoort doen over de Kerstboom.

Misschien heeft men in de huidige samenleving onderbewust het gevoel dat het werkelijke Kerstverhaal van een kind dat geboren wordt als redder eigenlijk een tegenover biedt tegen de decadentie van het commerciële Kerstfeest. Ondertussen kunnen we ons afvragen wat we zelf eigenlijk echt weten van het Kerstverhaal.

Ook het christelijke Kerstfeest is omgeven met tradities en romantische beelden van een arm kersvers gezin dat bruut de deur werd gewezen door herbergiers in Betlehem omdat er geen plaats in de herberg was. Vervolgens wordt Jezus geboren in een stal en in een kribbe gelegd. Ik geef meteen toe dat dat beeld mij ook vertedert en dat die romantische kerststal ook bij ons onder de boom staat. Overal zijn – zelfs protestantse – kerken gevuld met mensen die afkomen op de romantiek van het Kerstfeest waar Gods blijde boodschap wordt verkondigd.

Wat begrijpen we eigenlijk van die blijde boodschap? Vertedert ons het verhaal vooral, of ervaren we werkelijk het contrast dat het biedt tegenover de realiteit van het hier en nu?

De lezingen die op Kerstavond elk jaar opnieuw klinken, zijn vakkundig bij elkaar gezocht. Het gedicht van Jesaja en de brief aan Titus versterken het verhaal van Lucas over de geboorte van Jezus. Ze laten zien dat het niet zomaar een geboorte was zoals er zoveel zijn, maar dat het een bijzondere gebeurtenis is in deze wereld waarin mensen in duisternis wandelen, wachtend op een licht dat de duisternis van de tijd zal verdrijven. We worden met onze neus op de feiten gedrukt en er wordt ons een belangrijke moraal voorgehouden.

Het geboorteverhaal bij Lucas is geen historisch verslag maar een duiding van het belang van dit kind voor onze wereld.

“En het geschiedde” hoorden we in oudere vertalingen. Een uitdrukking die wegvertaald is in modernere vertalingen omdat we het niet meer begrijpen. Hierdoor verliest de tekst misschien wel wat van de intentie van de schrijver. Het verhaal wordt geplaatst in een context van een samenleving die onder invloed staat van keizer Augustus. De keizer werd gezien als een goddelijk persoon. Toen hij geboren werd in 63 vChr., verklaarde een vergadering van Romeinse steden in het huidige Turkije: ‘Onder de gunsten ontvangen van de kant van de goden, is de aangenaamste en meest weldoende, die van de geboorte van de goddelijke Caesar… Hij herstelde alles en gaf aan de wereld een nieuw aanschijn’.

Hierin lijkt Jezus toch een tegenpool van Augustus te zijn. Dit wordt nog eens versterkt door de volkstelling die de keizer afkondigde. Joden zagen dit als een zonde. Hiermee ging je regelrecht in tegen God. Je moest immers vertrouwen hebben in God en dat Hij naar zijn volk omzag, dan moet je niet gaan tellen – misschien ook wel een hint naar ons als kerk – Kronieken noemt het zelfs een plan van de duivel, en koning David wordt dan ook gestraft wanneer hij zoiets doet. Hier in het kerstverhaal hebben we dus een duivelse poging om Gods plan met de mensen te doorkruisen.

Dan zien we nog het probleem van de logies. In veel kinderverhalen wordt de nadruk gelegd op nukkige herbergiers die het arme gezin afwijzen, terwijl dat niet echt aan de orde lijkt te zijn. Het Griekse woord wat wordt gebruikt voor het onderkomen, wordt in onze tekst terecht vertaald als een nachtverblijf. Het is een woord wat maar twee keer in het evangelie volgens Lucas wordt gebruikt. Hier en vervolgens voor de bovenkamer waar het laatste avondmaal zich afspeelt. Vanavond lijkt het meer te maken te hebben met een gastenverblijf, wellicht bij familie dat gewoon vol was. We hoeven dat niet verder te dramatiseren. Het versterkt slechts de eenvoudige plek waar Jezus wordt geboren, in doeken wordt gewikkeld en in een kribbe wordt gelegd. Zo wordt het geboorteverhaal ook hierdoor verbonden met het verschrikkelijke lot dat dit kind te wachten staat.

Ook hierin zien we weer een tegenover van Augustus. Waar de keizerlijke kinderen geboren worden in pracht en praal, wordt deze jongen geboren als een herderkoning, ‘in’t hooi en stro, te midden van de beesten’.

Daarmee komen we dichterbij de betekenis van zijn geboorte, ver weg van de dwaasheid van de wereld, op de plaats waar zij zijn die ook geen plek hebben in die wereld.

Zo hoorde ik van de week iemand vertellen over haar werk als hulpverlener op de tippelzone. Daar vierde ze Kerst met de vrouwen die daar werken. Veel van hun zijn zelf gelovig, katholiek of orthodox. Het is moeilijk voor ze om steun te krijgen vanuit het kerkelijke, zeker in de landen waar ze vaak vandaan gekomen zijn. Al snel wordt de schuld aan hunzelf gegeven en wanneer ze vertellen dat ze slachtoffer zijn van mensenhandel of seksueel geweld, staat hun excommunicatie te wachten.

Je merkt in dat verhaal hoe het ‘perfecte’ plaatje wat we graag zouden willen zien in het kerkelijke mensen beperkt om te gaan met de vaak wrede realiteit waarin mensen worden uitgebuit. Mensen die er niet voor gekozen hebben, maar slachtoffer zijn geworden. Soms door armoede gedreven, soms ruwweg ontvoerd. Hun menselijkheid afgenomen en nu, verslaafd geraakt en gebroken, veroordeeld tot een verschrikkelijk leven.

Waar zouden de engelen nu hun goede nieuws brengen? Hun boodschap van vreugde voor het volk? En zouden de engelen ons aan kunnen wijzen als plek waar ze het pasgeboren kind zouden kunnen vinden?

Zo zijn er vele ‘herdertjes in de velde’ tegenwoordig. Mensen die zoeken naar een stukje van God. Met recht ‘Godzoekers’ te noemen. Ze zoeken naar een plek waar ze gerechtigheid vinden, geaccepteerd worden zoals ze zijn, met alles wat ze hebben meegemaakt. Zo zoekt ieder van ons op haar of zijn manier ook naar God. Zoeken we daarbij niet naar de oorspronkelijke Jezus, die we kunnen vinden achter dat enorme gordijn van verhalen, traditie, rituelen, dogmatische voorstellingen en bijgeloof?

Misschien ervaart u ook wel met Kerstmis dat de drempel wat verlaagd is. Onder het laagje romantiek en mooie rituelen worden we uitgenodigd om dichterbij te komen en ons te laten raken door dat kind in de kribbe. Het is een eerste stap naar een zich verdiepend contact waarin u kunt ervaren dat een gemeenschap voor elkaar kan zorgen. Al die Godzoekers die samenkomen kunnen samen ook ervaren dat God zich laat vinden.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Lezingen: Jesaja 9, 1-6; Titus 2, 11-14; Lucas 2, 1-20

Gebruikte bronnen:

http://www.tijdschriftvoorverkondiging.org/

– De eerste dag, handreiking bij de jaarorde, winter 2018/2019, http://www.de-eerste-dag.nl/

Multiculturele avond

Bijeenkomst 29 november om 19.30u in de Parochiezaal

Een paar sprekers laten in ongeveer tien minuten iets horen of zien door verhalen, spel, muziek etc. over hun eigen ervaringen die iets te maken hebben met een andere cultuur, omgeving, leefsituatie etc.

De thema’s zijn vrij en hoeven niet verbonden te zijn aan kerkelijke thema’s.
Eenieder is welkom om te komen.

De arme weduwe

Zusters en broeders,
Onlangs trof ik een zegenbede aan, die bekend staat als de franciscaanse zegenbede, gek genoeg door een benedictijnse zuster geschreven. Het gebed gaf mij een ongemakkelijk gevoel. Het werkte afstotend door de woordkeuze, maar door die onprettig klinkende woorden schudde het mij wel wakker. Het is namelijk een gebed om ons te zegenen met juist datgene wat we eigenlijk altijd zouden willen voorkomen om ons zo uit onze comfortzone te halen.

Wat is dan comfortabel? Het geloof biedt altijd een spanningsveld op dat gebied. Het gaat over hoe wij omgaan met ons geloof. Of we ons laten uitdagen met ons geloof naar buiten te treden om zo de lastige en pijnlijke dingen in het leven bloot te leggen en vastgelopen systemen te doorbreken, dwars door het voorhang heen waarmee het heilige der heiligen wordt afgescheiden van de werkelijkheid van alle dag waarin we leven.

Dat gaat over het aanklagen van systemen die mensen in de kou laten staan. Dan moeten we denken aan het onmenselijke van procedures, waarin regels en instituten boven het menselijk welbevinden gaan. Het wordt zichtbaar zoals in Den Haag waar sinds oktober een doorlopende kerkdienst in de Bethelkerk wordt gehouden om zo een Armeens gezin te behoeden uitgezet te worden. Maar het wordt ook zichtbaar wanneer we openlijk het functioneren van onze eigen kerk bevragen daar waar ze zelf als kerk mensen in de kou heeft laten staan.

Zelfingenomenheid

Als kerk moeten we oppassen voor een zekere zelfingenomenheid. Zoals we ook graag bewonderend naar onze liturgie kijken, ons beeld van hoe we omgaan met elkaar en ook met nieuwe mensen. ‘Wat een stenen en gebouwen!’. Het is betrekkelijk en vergankelijk. De kerk mag nooit een reliek van het verleden worden die blijft hangen in haar romantiek van wat ooit was met een soort superioriteitsgevoel. Het vraagt een voortdurende bezinning op hoe we functioneren, hoe we open blijven staan naar mensen en hoe we omgaan met onrecht. De traditie als kerk geeft ons daarvoor de handvatten, zolang we niet verzanden in een conservering van het verleden. Het doet een appél op onze missionaire houding.

De eerste lezing schetst de zelfingenomenheid van een wereld met koning Achab die vooral om zichzelf geeft en een samenleving waarin dat al niet veel anders is. Elia kondigt aan koning Achab grote droogte aan waardoor er hongersnood zal ontstaan. Droogte van een samenleving waarin God geen plaats meer heeft in het midden van de mensen, maar plaats heeft moeten maken voor Baäl, een godheid van het materiële, van puur eigen belang. Daar, middenin die droogte komt Elia dan bij die weduwe. De weduwe staat niet alleen symbool voor een vrouw die haar man heeft verloren, maar voor allen die door de samenleving aan de kant geschoven zijn. Ze doet er niet toe en ze moet maar zelf zien hoe ze zich staande houdt. Wanneer Elia dan bij haar komt wordt God middenin de gemeenschap teruggebracht en kan dit wonder gebeuren, waardoor de weduwe weer hersteld wordt zodat ze niet alleen voldoende heeft voor zichzelf en haar kind, maar ook zorg kan dragen voor een gast. Hier wordt gemeenschap hersteld doordat God terugkeert in de harten van mensen.

Herkennen we het niet in onze eigen samenleving? Hoezeer zijn we blind voor het weduwschap van de ander? Dat is een belangrijke constatering want het richt onze blik naar binnen. Hoe zorgen we voor elkaar?

Wanneer geef je het meest?

Jezus doet een constatering wanneer Hij de gift van de weduwe bij de offerkist vergelijkt met die van de rijken. Een tegenstelling tussen geven van je overvloed of van je armoede

Wat mensen geven valt niet zomaar in geld uit te drukken, zeker als het om het geloof gaat. We leven in een beloningscultuur, waarin onze inzet – zichtbaar en liefst zo snel mogelijk – wordt beloond. Wanneer je ergens geld aan geeft, dan moet je die waarde ook terugkrijgen in een voor jou passende vorm. Daar is geen ruimte voor solidariteit. Het idee dat we samen moeten leven en dat anderen op onze steun rekenen lijkt naar de achtergrond te zijn verdwenen. We worden opgeroepen solidair te zijn, te zorgen voor elkaar, maar het blijkt zelfs in de kerkelijke gemeenschap moeilijk zijn om dat te beseffen. Het is dan ook bijzonder wanneer je mag vieren dat mensen zich al zo lang zo intens inzetten voor de gemeenschap, zoals we vandaag ook mogen vieren met de jubilea van onze lector en organist.

In de tweede lezing spoort de schrijver aan tot het doen van goede werken, je blijven inzetten, ook al lijkt alles wat te verslappen en hij onderstreept daarbij het belang van het samenkomen. Daar bouw je aan gemeenschap, daar kun je lief en leed met elkaar delen. Dat is een zaak van ons allemaal en zorgt voor de nodige voeding. Dat klinkt ons misschien al snel belerend in de oren, maar het gaat er in de brief niet om mensen te dwingen, maar om het belang van gemeenschap te benadrukken. Wellicht ziet hij dezelfde zelfingenomenheid ontstaan in zijn gemeente zoals ook in de tempel was ontstaan, waar men vooral langs ging om even te laten zien hoe goed ze gaven aan de offerkist en zo hun religieuze verplichting voldeden. Zo kon geloof en eredienst tot een gebeuren worden dat weinig meer te maken had met de werkelijkheid van het leven. God was daar niet middenin de gemeenschap, maar verscholen achter een voorhang, ongevaarlijk en onbelangrijk genoeg gemaakt om niet te veel invloed te hebben op het persoonlijke comfortabele leven. Daarom moest de voorhang scheuren om zo God weer zichtbaar terug te plaatsen in de gemeenschap.

Vanuit je hart

In het offer van de arme weduwe toont ze haar liefde voor God met heel haar hart én haar liefde voor de naaste, zoals het eerste en tweede gebod zoals Jezus die uitlegt. Daarin vinden we een Godsvertrouwen dat – ondanks dat ze haar hele levensonderhoud weggeeft – er voor haar gezorgd zal worden. Net als de weduwe van Sarefat beproefd wordt haar laatste te delen met een vreemdeling. Deze beproeving legt haar vertrouwen bloot, dat ze in de profeet en God heeft, waarmee ze een voorbeeld wordt van iemand met Godsvertrouwen. Haar vertrouwen werd niet beschaamd: de pot met meel raakt niet leeg; evenmin de kruik met olie.

Het Koninkrijk Gods verlangt, dat men zichzelf geeft, louter vertrouwend op God en zijn woord. Dat is bereikbaar op het moment dat men vrij kan zijn van de eigen gemakken. Pas dan is het mogelijk, evenals de weduwe met de penning, de Messias te volgen.

O ja, die zegenbede dan?

Moge God ons zegenen met onrust
bij gemakkelijke antwoorden, halve waarheden, en oppervlakkige relaties
zodat er diepgang vanuit ons hart moge leven.

Moge God ons zegenen met boosheid
over onrechtvaardigheid, onderdrukking, en uitbuiting van mensen zodat we werken voor rechtvaardigheid, vrijheid, en vrede.

Moge God ons zegenen met tranen
die we plengen voor hen die lijden door pijn, verwerping, honger, en oorlog zodat we onze handen zullen uitstrekken tot troost.

En moge God ons zegenen met zoveel dwaasheid
dat we geloven een verschil te maken in de wereld. Zodat we kunnen doen waarvan anderen zeggen dat het onmogelijk is.

Deze zegenbede confronteerde mij met mijn eigen zelfingenomenheid. Dat geloven in de kerk niet zozeer het romantische beeld is dat ik er misschien ooit van had. Dat hebben de afgelopen jaren en zeker de afgelopen weken mij wel duidelijk gemaakt. Ik heb intens verdriet gevoeld en boosheid. Het heeft mijn vertrouwen in de kerk ernstig doen wankelen. Maar door de tranen heen, door het wankelende vertrouwen heen, kan ik nu toch ervaren hoe belangrijk het is om door te gaan, samen met jullie, samen met de hele kerk en met alle mensen om ons heen. Maar daarin moeten we wel vertrouwen op Gods Woord, dat Hij hier in ons midden is, ook al geven we het laatste weg wat we hebben. Dan kunnen we bouwen aan een kerk die beter is dan voorheen en die recht doet aan haar taak in de samenleving en recht doet aan mensen. Ik hoop ook dat u zich daarvoor wilt blijven inzetten, want er staat ons nog een ongeschreven toekomst te wachten waarin nog zoveel nieuws mag komen waarin ook toekomstige gelovigen de dankzegging in de kerk zullen voortzetten.

Amen.

Pastoor Victor

Preek bij zondag na Pinksteren 28, B-jaar, 18 november 2018

1 Koningen 17, 8-16; Hebreeën 10, 19-25; Marcus 12,38 – 13,2

Allerheiligen/ Allerzielen 2018

Preek bij de gecombineerde viering van 4 november 2018

Zusters en broeders,
Wanneer we jaarlijks met Allerzielen onze doden gedenken, wat wij meestal doen in het licht van alle heiligen, worden we ons vooral het leven indachtig dat ze geleid hebben. We beschouwen onze eigen herinneringen aan die levens en vormen ons eigen beeld van de mens die wij gedenken. Het zijn levens die getekend zijn door geluk en verdriet, succes en falen, vrede en geweld. Het zijn elementen die ons hevig emotioneel kunnen maken en in verwarring kunnen brengen. Het brengt ons soms op het onderscheid tussen goed en kwaad dat we treffen in mensen en hoe graag we dat ook zouden willen, dat is niet zwart-wit. Het enige wat we dan kunnen doen is het in vertrouwen in het licht zetten bij God. Symbolisch doen we dat met het aansteken van een kaarsje: “Heer, gij weet het”.

Spanningsboog

De lezingen van vandaag vormen een spanningsboog van het eschaton naar het hier en nu. Het allerheiligste, bij God, komt in het bereik van het alledaagse terwijl de menigte die niemand tellen kan, alle heiligen, zichtbaar worden in de gewone mensen van het hier en nu.

Mensen die uit grote verdrukking zijn gekomen, voor iedereen is dat anders. Het gaat over leven dat gekenmerkt wordt door geluk en verdriet, succes en falen, vrede en geweld, goed en kwaad. Maar het bloed van het Lam, het ultieme offer dat Christus onderging, maakt dat al het lijden achtergelaten mag worden. Het wordt witgewassen in dat bloed.

Toch is het moeilijk dit beeld te duiden. We leven in een tijd waarin we vooral gericht zijn op het aardse. Daarin past maar moeizaam het beeld van een uitgestelde heerlijkheid dat pas na dit aardse leven op ons wacht. Alles wat er in het aardse leven is moeten we daar verwerkelijken en het liefste zo snel en compleet mogelijk, met zo min mogelijk tegenslagen.

Maar in dat streven naar een compleet en gelukkig leven worden we keer op keer geconfronteerd met de imperfectie van deze wereld. Met mensen die slachtoffer zijn, mensen die ziek worden, die sterven. Wanneer dat gebeurd bekruipt ons altijd weer het gevoel dat het eigenlijk niet nodig was geweest. We zoeken naar een uitweg in ons denken: “hadden we nu maar…” of “was het maar zus of zo gegaan…”. Soms als zelfverwijt, soms verwijt aan anderen, of ook verwijt aan God.

We zijn hoogst ongemakkelijk met een imperfecte wereld. De imperfectie die we bij anderen bespeuren, brengen ook de imperfectie bij onszelf aan het licht. Het treft ons pijnlijk dat ook onze kerk niet perfect blijkt te zijn. Daardoor kan soms het christelijke perspectief als een irreëel sprookje overkomen. Zozeer zelfs, dat blijkbaar meer dan de helft van de Nederlanders zich niet meer identificeert met een religieuze denominatie en dat maakt het ook moeilijk voor ons om nog vertrouwen te hebben in een God die anders denkt over leven en dood.

In de kringen rondom Johannes ontstond er een eigen taalgebruik door hoe zij zich lieten raken door Jezus. Door die taal gaven ze nieuwe inhoud aan leven en dood, een diepere betekenis. Leven is niet zomaar leven, dood is niet zomaar dood. We zien het in het handelen van Jezus rondom de dood. Dood verbindt Hij met een leven van gisteren, los van God, terwijl door die ommekeer naar God toe het leven eeuwig is, vandaag, morgen, altijd.

Allesomvattend

God laat de mens als werk van zijn handen niet verloren gaan. Hij biedt altijd nieuwe kansen aan. Die kansen ontstaan door de loutering van het leven heen. Dat gaat niet zozeer over een vagevuur waarin de beproeving plaats vindt. Het gaat over het leven zelf, waarin mensen getekend worden door wat ze meemaken, door het leed wat mensen elkaar ook aandoen en de manier waarop we elkaar terecht, maar ook onterecht, bestraffen. Het is het leven van vandaag dat ons op de proef stelt en waarin we onszelf toe moeten verhouden. De één kan dat beter dan de ander en daarin hebben we elkaar nodig. Maar midden in dat lijden geeft God ons een toekomstvisie waaruit we kracht mogen putten in het hier en nu. De heiligen, de zielen die ons zijn voorgegaan hebben het leed van het leven doorgemaakt en we mogen erop vertrouwen dat ze in Gods heerlijkheid zijn opgenomen. In witgewassen kleren, behorend tot de menigte die niemand tellen kan, waar ook wij bij mogen gaan horen. Het eeuwige leven. “Geloof je dat?” vraagt Jezus. Een ogenschijnlijk gemakkelijke vraag, maar o zo moeilijk door ons te beantwoorden. We beladen die vraag met al onze twijfels die we door het leven opdoen. We beladen hem met al het wantrouwen dat is ontstaan in onze omgang met mensen die het vertrouwen beschamen. Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten we misschien zoals Jezus zegt weer de onschuld van een kind krijgen en zo onbevangen “ja” zeggen tegen God.

Zo mogen we straks zelf de namen noemen van de mensen die we bij God in het licht willen brengen. Daarmee mogen we onze emoties laten gaan en onze eigen angsten en onzekerheden over ons eigen leven en het leven van andere mensen waar we ons zorgen om maken voor God neerleggen. Dat het ons vertrouwen in God mag versterken.

Amen.

Pastoor Victor

Wijsheid 3, 1-9; Openbaring 7, 2-4 en 9-17; Matteüs 5, 1-12

Er is nog voldoende te winnen

Zusters en broeders,
Het is moeilijk voor te stellen hoe een teken van kwaad of een gewelddadige dood hoop kan geven in tijden van angst, pijn, verdriet of totale verlatenheid. De geloofwaardigheid van het christelijke geloof staat tegenwoordig op het spel en mensen verliezen hun geloof door alle ellende en verdriet die door geloofsgenoten en voorgangers in het geloof overal ter wereld werd veroorzaakt en nog steeds aan het licht komt. Kerken gaan van schandaal naar schandaal en ondertussen proberen we de boel bij elkaar te houden en zoeken we onderling naar bemoediging. In dat zoeken worden we met zijn allen wakker geschud en zien we dat niet alleen de kerk, maar heel de wereld van schandaal naar schandaal trekt. Daarbij worden voorstrijders voor verandering en een betere omgang met elkaar, zelf verdacht gemaakt en lijken zelf schuldig te zijn. Hoe kunnen we elkaar nog vertrouwen? Waar vinden we nog mensen die oprecht zijn? Hoe kijken we naar onszelf? Hoe reageer je zelf op anderen? Is jouw eigen handelswijze wel passend in deze maatschappij? Durven we nog wel vooruit te gaan in het leven nu de angst voor het onbekende steeds meer de overhand krijgt? Met steeds grotere verbazing aanschouw ik ons leven in onze samenleving en het gevoel bekruipt mij dat we onze echte vrijheid dreigen te verliezen, want durven we eigenlijk nog te handelen en te spreken volgens de waarden die we zelf hebben? Voelen we ons nog vrij genoeg?
Populistische personen maken daar handig gebruik van door op harde manier in te gaan tegen de gevestigde orde, of tegen het onbekende. Ze zoeken bijval van mensen die zich onzeker voelen en angstig in deze samenleving. Het is een giftige handelswijze die teert op de angst van mensen en die uiteindelijk tot doel heeft de mensheid te ontwrichten en zo het levensdoel te vertroebelen of zelfs te vernietigen. De mensheid heeft dringend behoefte aan een boodschap van liefde, hoop en verdraagzaamheid en er is nog voldoende te winnen voor de mensen tot dat betreft.

 

Mozes in de verlatenheid

Het lijkt een dor terrein waarop de mensheid zich lijkt te begeven. Een woestijn waarin de mensheid met elkaar zich toch verlaten kan voelen. Zo treffen we ook Mozes aan midden in woestijn, samen met Gods volk. Het nieuwe leven dat God met zijn volk voor ogen had lijkt een verloren zaak. Israël is in de woestijn terechtgekomen. Het is de plek waar verlatenheid heerst, waar geen inwoners lijken te zijn en waar het kwaad rondgaat als slangen die de mensen vergiftigen met hun beten. Niet zozeer plek in plaats en tijd, maar een toestand van een volk dat geen doel meer lijkt te hebben. Het kwaad verspreidt zich en de één na de ander vindt daarbij de dood. Mensen beginnen zich af te vragen wat er toch geworden is van hun leven en worden angstig. Zij die niet meer geloven in de goede zaak, die alleen nog maar kunnen klagen over hun zoektocht naar het beloofde land, vallen bij bosjes om. Ze verlaten de weg die naar nieuw leven zou leiden, door het gebrek aan vertrouwen dat ze hebben. Het slangengif brengt de dood, letterlijk of figuurlijk.

Daar, in die verlatenheid die Mozes ook pijnlijk zal hebben ervaren, zijn er dan toch nog mensen die de hoop niet willen opgeven en vragen om duiding, om een teken dat hun eruit kan helpen. Het is niet de eerste keer dat ze op een dood spoor lijken te zitten en ze hebben gemerkt dat in die moeilijke tijden God toch zijn volk niet zal verlaten en hen zal aanspreken op bijzondere wijze en bijzondere dingen voor ze doet. Genade kan in de woestijn van het leven overvloedig vloeien, wanneer men tot inkeer komt en de heilloze weg die ze ingegaan zijn onder ogen komen. Het is het kwaad dat daaruit voortkomt dat Mozes in brons laat gieten en tot teken stelt van verlossing en hoop. Het is een blijvend teken dat herinnert aan de zonden en daardoor een blijvende herinnering aan de hoop.

Aangetrokken door Jezus

Het hoogfeest van Kruisverheffing dat we vandaag vieren, vestigt onze aandacht op het teken van hoop dat Jezus stelde. Jezus moet de weg van het lijden en sterven gaan, alleen daardoor kan de verrijzenis plaatsvinden en zo zijn verheffing en verheerlijking. Door die weg te gaan haalt Hij iedereen naar zich toe en wordt zelf teken van de doorgang door de dood heen naar nieuw leven in God. In de vergelijking met de bronzen slang mogen we ons bewust worden dat in Jezus een nog grotere aanwezigheid is van God. Wie opziet naar het kruis komt tot inkeer en zal heling vinden in het leven.

Het is een mysterie en moeilijk voor te stellen voor ons. Het roept de vraag bij velen op in hoeverre dit een historisch feit is en mensen maken er vele theorieën over die stuk voor stuk het verhaal lijken te ontkrachten. Maar het is een werkelijkheid die voor de leerlingen weldegelijk gold. Het speelt zich af in Gods sfeer. Het oude is voorbij en een nieuwe vorm van bestaan ontstaat, die niet zomaar aanschouwelijk te maken is, behalve door de ervaringen die mensen met elkaar delen. De steun die ze eruit ontvangen en die ze weer kunnen delen met anderen. In Gods sfeer is de dood niet zomaar de dood en is er altijd de mogelijkheid een nieuw begin te maken in dit leven of er na.

Er is nog voldoende te winnen

‘Er is nog voldoende te winnen’ zei ik in het begin van mijn preek. De wereld lijkt misschien nog maar weinig houvast te bieden voor een verhaal van hoop. De kerken blijken daarin in eerste instantie geen geloofwaardige basis te bieden. Overal waar mensen het heft in eigen handen nemen lijkt chaos, kwaad, verdriet en pijn te ontstaan. Onze wereld snakt eigenlijk naar een stukje God in het leven. Ze hunkert naar de werkelijkheid van God, waarin we mogen opzien naar het kruis en beseffen dat het leven hard is en vol pijn en verdriet, maar nooit zonder hoop. Want in Gods werkelijkheid kan iedereen nieuw leven krijgen, door Jezus, onze Heer. Laten we daarin elkaar inspireren.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij het hoogfeest van de verheffing van het heilig Kruis, 16 september 2018

Numeri 21, 4-9; Filippenzen 2, 5-11; Johannes 3, 13-17

Tekenen van hoop

Zusters en broeders,
In de acht jaar dat ik vandaag bij jullie ben is er veel gebeurd. Het is voor ons allemaal een bijzondere reis geweest met mooie, maar ook met moeilijke en zelfs zware momenten. Ik heb het ervaren als een levensreis met vele ontmoetingen, maar ik heb ook zeer vaak afscheid moeten nemen. Vijf jaar geleden heb ik op die reis de priesterwijding mogen ontvangen en twee jaar geleden hebben we dit kerkgebouw gewijd als huis van God. Ik kijk er met veel dankbaarheid op terug, ook op de zware momenten, want ze maken je tot wie je bent en zo kunnen ze ook weer tekenen van hoop worden die je sterken op je verdere levensreis. Overigens is dat wel een opmerkelijke eigenschap van de mens, hoe ze telkens weer hoop kan vinden of geven aan anderen, ook al lijkt er niks meer te hopen.

Belofte aan Jakob

“Zonder hoop is er geen leven”. Deze uitspraak kwam ik tegen van een jonge vrouw die geboren is in de tijd van de genocide in Rwanda. Het deed mij beseffen hoe wonderbaarlijk het eigenlijk is hoe God op momenten dat er geen leven meer mogelijk is, toch met mensen een nieuw begin maakt en daarin mensen hoop geeft door ze op het spoor van een belofte te zetten, zoals de belofte van vandaag aan Jakob die al bij zijn grootvader Abram plotsklaps begon, toen “de Heer zei tot Abram: Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u wijs.” (Gen. 12, 1)

Er is een verlangen gewekt bij Abram en het doet hem op weg gaan, alles achterlatend wat hij kent. Zoals Abram beschreven wordt, is hij eigenlijk niet iemand die echt anders is dan de andere mensen in die mensenwereld die we hebben leren kennen in de bijbel.

Wellicht ervoer hij het leven dat hij leidde niet als bevredigend en had hij honger naar een zinvoller leven. God roept hem dan en doet hem een belofte. Iets wat hoop geeft, maar wat geen pasklaar antwoord is op zijn verlangen. Hij zal zelf op weg moeten gaan, ja zeggen tegen die God die hij nog maar net heeft leren kennen. Onderweg zal hij ervaren wat het betekent om op God te vertrouwen.

Door de spanningen de Jakob had met zijn broer is er ook onrust bij hem gekomen. Het bedrog dat hij heeft gepleegd naar zijn broer Esau zit hem niet lekker en vervult zijn hoofd met twijfel. Het is voor hem een worsteling om zelf weer op het goede pad te komen en die hem blijvend zal tekenen. Gaandeweg leert hij God kennen, wanneer hemel en aarde contact maken met elkaar in zijn droom. Dan wordt het hem duidelijk dat de belofte die al aan zijn grootvader en vader is gedaan blijft gelden voor zijn nakomelingen. God is getrouw, hoezeer de mens ook afwijkt van Zijn weg.

Gods woning onder de mensen

Jakob legt zich – zijn hoofd moe geworden van de tweestrijd in zichzelf – te rusten ‘op een bepaalde plaats’. Het is daar dat God zich voor het eerst aan hem openbaart. Waar hij eerst leefde van de aardse zegen van zijn vader en de belofte die hij van horen zeggen heeft, is het nu God zelf die zich aan hem openbaart. De beloften die aan zijn grootvader en vader zijn gedaan, gaan nu over op hem. Het hemelse en aardse worden op dat moment voor hem met elkaar verbonden. Oprecht een heilige plaats. Ze wordt verbeeld door het visioen van de ladder, die mogelijkerwijs naar de ziggurats verwijst: grote, door mensen opgeworpen heuvels die uitdrukten dat hemel en aarde verbonden waren. Men vermoedt ook wel dat de toren van Babel zo’n ziggurat moet zijn geweest. Daar werd de verbinding tussen hemel en aarde verbroken.

Mogelijk is de plek waar Jakob ging slapen een soort gastenhuisje die zich bovenop zo’n ziggurat bevond en die bestemd waren voor de godheid. Jakob noemt die plaats dan ook Betel, wat betekent: huis van God. Wel interessant omdat hij die naam instelt, terwijl in het verhaal van de roeping van zijn grootvader Abram de plaats Betel al een centrale rol speelt.

Het is blijkbaar een belangrijk gegeven voor de joden om een plek te hebben waar je God kunt ontmoeten, waar hemel en aarde zich kunnen verbinden. Ook in de Islam vinden we het terug, waar het in enkele soera’s in de koran in verband wordt gebracht met Abraham. Daar waar Gods woning onder de mensen is, kunnen mensen steun, troost en hoop vinden, hoewel we ook hebben geleerd dat het niet alleen om die muren van steen draait.

Bij een zondig mens is Hij zijn intrek gaan nemen

Gods woning kunnen we namelijk ook figuurlijk opvatten, wanneer Hij zijn intrek neemt bij mensen. Op bijzondere wijze ontdekken we dat vandaag in het evangelie. Bij de laatste persoon waarvan je het verwacht besluit Jezus zijn intrek te nemen. Een tollenaar, ook iemand die bedriegt en neemt wat hem niet toebehoort (herkennen we hier Jakob?) Jezus laat zien dat ook Zachéüs een zoon van Abraham is en het niet te laat is om een nieuw begin te maken. De belofte is er ook voor hem!

God roept dus niet de mensen die bij voorbaat al heilig zijn. Het is een God van vernieuwing en hoe kun je dat beter laten zien dan door mensen met hun gebreken een nieuw begin te laten maken, zodat God voortaan bij hun is, zoals de Naam van God zich laat uitleggen. Ook al denken de mensen er anders over, omdat zij niet kunnen zien wat God ziet.

Soms zie je het zelf ook niet. Zo heb ik dat zelf ook wel ervaren. Momenten dat je eigenlijk niet denkt dat jij de geschikte persoon bent voor iets, dat soms ook bevestigd wordt door morrende mensen. In je streven naar een priesterlijk leven word je vaak geconfronteerd met je eigen gebreken en met andere mensen die in jouw ogen een veel vromer of geloviger leven leiden dan jijzelf.

Toch heb ik lang geleden de stap gewaagd om mij op die weg van God te begeven, niet wetende waar het toe zou leiden. Vandaag, vijf jaar geleden, werd dat dan bevestigd door mijn wijding. Het voelt ook als een belofte, niet zozeer aan mijzelf, maar aan de mensen om mij heen. Wat die belofte inhoudt kan ik nooit zo goed onder woorden brengen, maar ik ervaar die belofte telkens weer wanneer ik merk dat mijn priester-zijn of dit gewijde godshuis tot teken van hoop kan zijn voor anderen, dan zie ik daar een glimp van die belofte van God verschijnen en voel ik mij intens gelukkig en dankbaar.

Maar ik heb ook ervaren dat muren van steen kwetsbaar zijn, zoals ook mijn lichaam en hele menszijn kwetsbaar is. Dat we elkaar heel hard nodig hebben om de belofte van God zichtbaar te maken aan de mensen. Zo hoop ik dan ook dat we samen eraan blijven werken deze plek en ons geloof in te zetten als tekenen van hoop in deze stad en de hele wereld.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij het hoogfeest van de verjaardag van Kerkwijding en priesterjubileum, 2 september 2018
Genesis 28, 10-18; Openbaring 21, 2-5; Lucas 19, 1-10

Terug naar de essentie

https://i2.wp.com/i.pinimg.com/originals/44/c0/76/44c07623da50174a22168fb0230505ef.jpg?resize=342%2C455&ssl=1Zusters en broeders,
Tijdens je vakantie probeer je afstand te nemen van alles waarmee je bezig geweest bent door het jaar heen. Zo probeer je rust te vinden om het nieuwe jaar weer fris tegemoet te gaan. Het is een puur persoonlijke beleving, want de wereld om je heen draait gewoon door. Zo bereiken je dan toch al die verschrikkelijke berichten van explosies, natuurgeweld, bosbranden door mensen aangestoken, instortingen, aanslagen en wederom misbruik op afgrijslijk grote schaal door priesters. Wanneer ik het tot mij door laat dringen staan de tranen in mijn ogen. “Schaamte en verdriet” werden genoemd in het nieuws, maar om eerlijk te zijn drukken die woorden niet uit wat er werkelijk door je heen gaat. Woorden schieten te kort. Als mens en priester voel ik mij machteloos rond al die verschrikkingen in de wereld, machteloos onder al het leed, al het geweld wat mijn zogezegde collega priesters anderen hebben aangedaan en nog steeds aandoen. Alles waarin je gelooft als christen lijkt met bruut geweld kapot gemaakt te worden. Alles wat Jezus ons leerde, alles wat de apostelen ons hebben doorgegeven lijkt met voeten te worden getreden. Wat is er overgebleven van die leer? Waar vinden we nog gerechtigheid? Waar nog zorg voor hen die het nodig hebben? Waar is onze uitdrukkelijke afwijzing van al het kwaad gebleven? Bij het maken van mijn preek las ik wat uit de didachè, de leer van de apostelen, een tekst uit de eerste eeuw die tot de canonisering van de Bijbel gold als een belangrijke leidraad voor het christelijke leven toen er nog sprake was van apostelen en leerlingen die rondreisden en uit eigen ervaring vertelden wat ze van Jezus hadden geleerd. De essentie van het geloof.

Didachè

In dit document wordt een zeer eenvoudige, duidelijke en redelijk milde leer neergezet waaruit je het onderricht van Jezus meteen herkent zoals we die in de evangeliën terug kunnen vinden. Het is opgebouwd op een manier die doet denken aan de joodse wijsheidsliteratuur en het sluit ook aan bij andere bekende manieren van onderwijzen zoals toen bekend bij de joden. Het leert de nieuwe volgelingen volgens de leer van de twee wegen. Een weg ten goede en een weg ten kwade. Het lijkt er verdacht veel op dat de gevolgen van de weg ten kwade, waar de didachè voor waarschuwt, door de eeuwen heen waarheid is geworden.

Hoe lang laten we dat nog doorgaan? Hoe kunnen we weer terugkomen bij de zuivere leer van Jezus en de apostelen? En hoe gaan we om met al het leed dat er is in de wereld, maar ook al het leed dat is aangedaan door mensen die zich leerling van Jezus noemden?

Troost

Er is behoefte, nee de noodzaak aan troost, maar daar waar je troost zou verwachten lijkt het niet meer te bestaan.

Veel mensen vinden troost in zaken die ogenschijnlijk de juiste diepgang missen, maar die inpraten op het gevoel van mensen. Het kunnen TV programma’s zijn, maar ook fastfood, verslavende middelen, diëten, therapieën en ga zo maar door. Ze bieden troost doordat ze inspelen op het bewerkstelligen van kortstondige gevoelens van geluk, soms veroorzaakt door het zien dat een ander het slechter heeft. Toch moeten we wel het belang van troost onder ogen komen. Is troost immers niet het eerste wat mensen nodig hebben bij wanhoop?

Zoals de leerlingen na de dood van Jezus troost zoeken bij elkaar is het een belangrijke basis voor het geloof. Troost en de ander geen leed aandoen. Hoewel heel subtiel zien we dat Maria daarbij een belangrijke rol speelt in de Bijbel en de traditie wanneer zij aanwezig is op de meest belangrijke momenten en zo ook de leerlingen kan helpen zich te herpakken wanneer alles zinloos lijkt te zijn.

Namen van Maria

Niet voor niets dat in de traditie van de kerk zoveel namen voor Maria zijn ontstaan: Moeder van goede raad, troosteres, moeder van barmhartigheid, liefdevolle moeder, koningin van het leven en genade en ga zo maar door. De uitgebreide iconografie rondom Maria heeft ook veel te maken met zorg en liefde voor de mensen. Zo hebben we in onze dagkapel de Moeder Gods van Tederheid hangen.

Zij is beeld van troost voor mensen en in haar leven en haar sterven, dat we vandaag gedenken, is zij ook beeld van hoop. Wanneer Jezus verrijst uit de doden is dat een teken van overwinning en macht van Christus. Het is de kroon op het leven van Christus en dat mag gelden voor allen die hem volgen, met Maria voorop. Zo verwijst het ontslapen van Maria ook naar het feit dat de aardse dood niet het einde is, maar de doorgang naar het nieuwe leven dat ook ons eens staat te wachten. Maria is daarbij het beeld van de vervulling van al het aardse, van de hoop die ons in leven houdt. Allen, die net als Adam zijn gestorven, zullen in Christus weer levend worden gemaakt.

Hoop

Hoop ontstaat daar waar wijsheid zich kan manifesteren onder de mensen. Je krijgt weer overzicht en daarmee grip op het leven. Maar het is een zoektocht, zoals we horen in de eerste lezing. Daar wordt de wijsheid voorgesteld als een persoon die overal onder de mensen een rustplaats heeft gezocht maar haar vaste plek vond bij het joodse volk. Dit soort teksten hebben veel invloed gehad op de vroegchristelijke literatuur. Zij is inspiratie geweest voor teksten van Paulus, het Johannesevangelie en vele andere teksten waaronder ook de didachè.

Het drukt een verlangen uit naar een leven dat door eenvoud gevormd wordt, waardoor we weer ruimte krijgen om alles in wijsheid te overzien. Maar in plaats van het bewaren van die eenvoud, is het leven om ons heen alleen maar complexer geworden en is het gelovige leven daarin meegegroeid. Leven en geloof lijken niet meer om te kunnen gaan met echte eenvoud, zeker wanneer we het gevoel krijgen dat onze eigen luxe positie in het gedrang lijkt te komen omdat God hongerigen met goederen vervuld, maar rijken ledig heenzendt.

Afstand nemen

Afstand nemen van de complexiteit van het leven is niet eenvoudig. Je merkt het al op je vakantie, wanneer je eigenlijk niks tekort komt, maar toch alle luxe gaat missen, terwijl je nog steeds overvloed hebt. Toen we in onze vakantie wat kloosters bezochten wekte dat bij mij ook wel weer opnieuw het verlangen naar de eenvoud van zo’n bestaan. Het inspireert je in je zoektocht naar vernieuwing van het geloofsleven. Bijzonder dan dat je bij terugkomst verneemt dat een medegelovige van ons een tijdje gaat meeleven in een nieuw kloosterinitiatief om zo met anderen te zoeken naar de kern van het bestaan in het licht van God.

Voor mij is – naast de H. Benedictus – Maria daarin een belangrijk voorbeeld. Haar stille aanwezigheid heeft iets beschouwends. In haar lofzang is zij als Moeder Gods beeld van het Israël naar Gods hart, zoals notabene een protestantse collega van mij mooi verwoordde deze week op internet. Beeld van de kerk die haar Heer in leven en sterven volgt.

Misschien ligt daarin wel een boodschap voor ons naar de toekomst. Afstand nemen van alles in de wereld en alle dingen die geworden zijn in de kerk om zo weer bij de essentie te komen. Afstand doen van alles wat tot het kwade behoort. Zo weer te kunnen inzien dat God volgen door Jezus de Christus ons werkelijk redding kan brengen.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij het ontslapen van de H. Maagd Maria, 19 augustus 2018

Jezus Sirach 24, 7-8 en 10-15, 1 Korintiërs 15, 20-26; Lucas 1, 46-55

Klik hier voor meer informatie over de didachè

Op pad gaan, gewoon zoals je bent

Zusters en broeders,
Jezus stuurt zijn leerlingen zonder iets op pad. Geen brood, geen reiszak, geen extra kleren, geen geld. Alleen een stok, sandalen en de kleren die ze aanhebben. Gewoon zoals ze zijn, niks meer en niks minder. Kunt u zich dat voorstellen? Menigeen slaat de schrik om het hart wanneer je daarover nadenkt. Het idee dat je ook maar een paar dagen op weg gaat, gewoon zoals je bent en dan zonder wat te eten op pad zou gaan, zonder iets te plannen en zonder te weten of je ’s avonds onderdak zult vinden. Voor velen zal het zelfs al moeilijk zijn om een paar dagen zonder telefoon, tablet, televisie en wifi te moeten zijn, laat staan zonder je pinpas en contant geld. (ik ben geen haar beter op dat gebied hoor!)

Kunnen we dat eigenlijk nog wel vandaag de dag? Je onafhankelijk opstellen van alles wat je eigen leven zekerheid geeft en comfort en daarmee jezelf afhankelijk maken van anderen en van wie je zelf bent en van God? Is het niet de vraag naar welke vrijheid we ervaren in ons leven en hoe die vrijheid tot stand komt? Vrijheid die onder druk staat door de voortdurende stroom van informatie in reclames dat we onze vakantie alleen goed kunnen doorbrengen als we maar televisie kunnen kijken en onze telefoons en tablets met gratis WiFi onder handbereik hebben? Willen we dat wel? Voelen we ons nog wel veilig en zeker wanneer we zonder een mobiel op zak de wijde wereld intrekken?

Te veel

In de wereld om ons heen is een cultuur ontstaan waarin veel te veel te kiezen is. Van de week las ik over generatie X, de generatie die tussen ongeveer 1954 en 1980 geboren is, waar ik dus ook nog onder val. Ze wordt ook wel de generatie ‘te veel’ genoemd. Te veel aan keuzes, te veel aan informatie enz. Een generatie die in een zeer korte tijd geconfronteerd werd met een enorme toename van informatie en bezit die door welvaart is gestimuleerd. Het lijkt bij de tijd te horen en zo lijkt het niet bij deze tijd te passen wanneer je je probeert voor te stellen hoe het is om met minder toe te kunnen. Ondertussen is het ook een periode geweest waarin heel veel sociale omgangsvormen afbrokkelen en men denkt dat die alleen nog maar met weloverwogen businessmodellen nieuw leven in te blazen zijn, waarbij echter doorgaans het economisch belang leidend is voor het realiseren daarvan. Toch lijkt de behoefte aan sociale cohesie groter dan ooit. Mensen zijn overprikkeld door alles wat er om hen heen gebeurt waardoor onderhand zo’n 33% van de Nederlanders te maken krijgt met zaken als burn-out, depressie enz.

Alles moet efficiënt en meetbaar zijn, zonder dat de mens zelf op de voorgrond wordt gesteld en ja, dat gebeurt ook in de kerk, waarbij we alleen nog maar kerk lijken te kunnen zijn met beleidsplannen en projectaanvragen, die afketsen wanneer er onduidelijkheid is over kwantitatieve targets als groei in leden en financiën. Het zijn onze reiszakken en gordels met geld, onze extra kleren. Durven we als gelovigen nog wel kerk te zijn en het geloof te verkondigen zonder al die bagage? (Als ik er zo over nadenk hebben we zo’n beleidsplan dat al vele eeuwen oud is, we kennen het als de Bijbel. En ik ken ook mensen die met niets meer dan dat op weg zijn gegaan en niets tekort zijn gekomen op hun weg de boodschap van de Heer te verkondigen.)

Van de week was het feest van St. Benedictus, de vader van het westerse monnikenleven. Op die dag lazen we van de rijke jongeling die Jezus vroeg wat hij moest doen om eeuwig leven te ontvangen. Hij haakte af toen hij de opdracht hoorde zich te ontdoen van alles wat hem deed vastklampen aan het aardse leven zelf. Het laat zien hoe moeilijk we het vinden om los te laten. We klampen ons vast aan onze zekerheden, aan ons bezit, aan onze eigen kennis.

Redding. Waarvan dan?

Toen Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzond, zorgde Hij ervoor dat ze niets hadden om zich aan vast te klampen waardoor ze het contact met mensen uit de weg zouden kunnen gaan. Zo kunnen ze mensen ontmoeten die ze gastvrij zullen ontvangen en zullen geven wat ze nodig hebben. Die mensen zullen ontdekken dat ze zelf ook iets nodig hebben en dat het de leerlingen van Jezus zijn die het hun kunnen geven: redding.

Maar waarvan dan? Al van jongs af aan heb ik mij daarover verwonderd. Waarvan hebben wij mensen redding nodig? Amos liep ook aan tegen die vraag toen hij zijn profetieën naar het Noordrijk van koning Jerobeam II bracht. Het welvarende Noordrijk Israël was zelfingenomen en ziet niet in dat hun welvaart een keerzijde heeft. Niet iedereen profiteert van de welvaart en er zijn vele vormen van armoede – waarvoor het Hebreeuws dan ook verschillende woorden heeft. Een armoede die steeds groter lijkt te worden, daar waar de rijken zich verrijken ten koste van de armen. “Grootgrondbezitters tegenover bezitloze pachters; de luxe en overvloed van de rijken tegenover de armoede en ellende van de verarmden; het machtsmisbruik van de leidende klassen tegenover de rechteloosheid van de maatschappelijk zwakkeren.”[1] Ondertussen stellen ze zichzelf gerust met een zekere religieuze zelfvoldaanheid die tot uitdrukking komt in formalisme en ritualisme.

Een samenleving of instituut wordt natuurlijk niet graag daarmee geconfronteerd en daarom krijgt Amos het verzoek maar terug te gaan met zijn praatjes en zijn brood maar in zijn eigen omgeving te verdienen. Maar Amos verdient zijn levensonderhoud niet uit profeteren. Hij is volledig vrij de opdracht van de HEER uit te voeren. Hij kan niet anders dan de wantoestanden aan de kaak te stellen.

Het zou natuurlijk niet nodig moeten zijn en toch is het van alle tijden en is het ook voor ons tegenwoordig moeilijk om open te staan voor een andere visie of om geconfronteerd te worden met gedrag dat je niet van gelovigen verwacht. Tegenwoordig lijkt het immers noodzakelijk om vooral goed voor jezelf op te komen, je te verzekeren van en voor alles wat je nodig hebt. Het is een logica die onze wereld bepaald maar die de twaalf doorbreken. Ze laten door de eenvoud zien God ons in zijn liefde heeft voorbestemd zijn kinderen te worden. Gods kinderen zijn vrij om van de onderlinge liefde te leven en ze zijn geroepen oom anderen vrij te maken om diezelfde onderlinge liefde te smaken.

Zonder al die extra ballast, zonder al die afhankelijkheid van de eigen ik ontvangen we ruimte om te accepteren wat de ander ons te bieden heeft.

Ga op pad, zoals je bent

“Tot die vrijheid worden ook wij uitgenodigd. De vrijheid om elkaar te dienen, de vrijheid om voor elkaar op te komen, de vrijheid ons te laten verlossen van wat ons klein maakt en ons doet geloven zonder waarde of betekenis zijn. We kunnen vragen om wat we nodig hebben, want God vindt dat we dit waard zijn. Dat is ware vrijheid.”[2] Op pad gaan, gewoon zoals je bent.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

[1] http://www.tijdschriftvoorverkondiging.org/exegese-preek/15-juli.html

[2] Ibid

Preek bij de tiende zondag na Pinksteren

Amos 7, 7-15; Efeziërs 1, 1-14; Marcus 6, 6b-13

Zeven deugden – Oecumenisch zomerprogramma Groningen

Zeven deugden

Ook deze zomer organiseren de binnenstadskerken weer een aantal zomerbijeenkomsten voor thuisblijvers, voor gasten in de stad en voor wie al weg is geweest of nog weggaat. Gedurende zeven bijeenkomsten, meestal op de dinsdagochtend, verkennen we de zeven deugden.

Deze deugden zijn onder te verdelen in de zogenoemde kardinale deugden en de christelijk geïnspireerde deugden. Tot de eerste groep horen: voorzichtigheid/wijsheid (prudentia), gematigdheid (temperantia), moed (fortitudo) en gerechtigheid (iustitia). De tweede groep kennen we goed uit 1 Corinthen 13: geloof (fides), hoop (spes) en liefde (caritas). De deugden hebben in de (antieke) filosofie en het christendom altijd een grote rol gespeeld. Maar ook in bijvoorbeeld kunst en literatuur komen ze steeds terug. Een prima thema dus om in de zomer in  oecumenisch verband te presenteren en er met elkaar over te spreken. Het schema staat hieronder. Begintijd is doorgaans 10.00 uur.

We nodigen u van harte uit om op zeven dinsdagen in de zomerperiode nader kennis te maken met de eigenheid en rijkdom van de verschillende tradities en gezamenlijk de waarde en de actualiteit van de oude deugden te verkennen. Het aangeboden programma, de verschillende vieringen in deze zomer en een overzicht van deelnemende kerken vindt in deze folder.

U bent van harte welkom!

Zeven deugden – de activiteiten

17 juli Voorzichtigheid
10.00 uur, Doopsgezinde kerk, diaconie

Jeugdige overmoed of rijp verstand?
Ze zeggen altijd dat jongeren onbesuisd zijn en ouderen al te voorzichtig.. Leren we de contouren van de deugd van de Prudentia beter kennen bij het stijgen van de leeftijd? Komt verstand met de jaren of slechts slijtage? Een gesprek waarin we mogen leren van elkaars deskundigheid.

24 juli Matigheid
18.00 uur!,  Doopsgezinde kerk

Een Matige Maaltijd? Matigheid als Kompas in een onmatige wereld. We leven in een wereld van overvloed, niet alleen materieel maar ook immaterieel. Voedsel, werklust, mobiliteit, spiritueel aanbod…Van vroeger uit hebben Doopsgezinden soberheid als levenswijze aangereikt gekregen.  Maar hoe verhoudt zich dat tot onze wereld? Is het een streng kader waarmee we onszelf geweld zouden aandoen? Of kunnen we er nog op varen? Om te oefenen, te leren en in gesprek te komen zorg ik in het  kader van de matigheid voor een heerlijk en eerlijk maal. U bent  allen uitgenodigd op 24 juli om 18.00 uur. Wilt u helpen? Graag! Wilt u komen? Leuk, geeft u zich wel op, liefst via de mail. Kosten 4 euro.

31 juli Moed
10.15 uur, Lutherse kerk

Moed is een bijzondere deugd: je kunt hem pas testen op moment dat het werkelijk spannend wordt. Als er niets op het spel staat, heb je ook geen moed nodig voor een bepaalde keuze of daad. Op deze ochtend houden we ons bezig met het moedige levensverhaal van de Lutherse theoloog en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer. Na een korte introductie kijken we samen de film Bonhoeffer: Agent of Grace.

7 augustus  Geloof
10.00 uur, Russisch-orthodoxe kerk

In 2018 bestaat de Russisch-orthodoxe parochie van de Heilige Transfiguratie 50 jaar. Dit feest van de Gedaanteverwisseling van de Heer is op 6 augustus gevierd. We staan stil bij dit feest en bij de apostel Jakobus Zebedeus die met Christus op de berg Tabor was en ook zijn naam heeft gegeven aan het Jakobspad.  Ook wordt de film vertoond, die voor het gouden jubileum werd gemaakt.

14 augustus Liefde
10.00 uur, St Jozefkathedraal

Wij zongen altijd Ubi caritas et amor Deus ibi est. Nu zingen we Ubi caritas est vera Deus ibi est. Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God. Wat is echte liefde? We zullen een film bekijken en daarover samen praten.

21 augustus Gerechtigheid
10.00 uur, Remonstrantse kerk

Leven volgens de regels van het recht, dat is wat we samen hebben afgesproken. Maar niet altijd beantwoordt de regel aan het menselijk gevoel voor gerechtigheid. Deze dilemma’s zijn zo oud als de mensheid en komen we ook al in bijbelse verhalen tegen. Bijvoorbeeld in het oordeel van koning Salomo en bij de gelijkenis van de werkers in de wijngaard. Deze ochtend kruisen we de degens over enkele bijbelse verhalen en eigen ervaringen en leggen ze langs de meetlaat van wat we rechtvaardig vinden.

28 augustus Hoop
10.00 uur, Oud-Katholieke kerk

In de bijbel komen veel teksten die hoopgevend zijn, soms ook als je het niet verwacht. Zo kennen we het verhaal van de bloedvloeiende vrouw die geen hoop meer lijkt te hebben, maar dan de mantel van Jezus aanraakt. Maar ook sommige moeilijke teksten van Paulus blijken uiteindelijk hoopgevend te zijn. Met teksten en lichtbeelden gaan we in op het thema hoop in de Bijbel en in de (religieuze) kunst.

John Main Seminar 2018

In diverse Oud-Katholieke parochies waaronder Delft, Den Haag en onze eigen parochie in Groningen zijn meditatiegroepen die vallen onder de Wereld Gemeenschap voor Christelijke meditatie (WCCM) actief. Van 20 tot 23 september 2018 vindt in Brugge het internationale John Main Seminar plaats. Dit Seminar wordt gehouden ter nagedachtenis van de inspirator van de manier van mediteren die in deze groepen wordt beoefend. Gerenommeerde sprekers, zoals Charles Taylor en Herman Van Rompuy zullen hier hun licht laten schijnen over wat Christelijke meditatie, wat contemplatie, voor de wereld van nu kan betekenen. Een wereld die geplaagd wordt door de nodige crises en  inspiratie meer dan ooit lijkt te kunnen gebruiken.

Voor nadere informatie en aanmelding klik hier.

Overgenomen (en bewerkt) van de landelijke website van de Oud-Katholieke Kerk

Amersfoort, Bisschoppelijk Bureau, 4 juli 2018

U kunt zich ook aanmelden bij de nieuwsbrief van de meditatiegroep in Groningen