Er is nog voldoende te winnen

Zusters en broeders,
Het is moeilijk voor te stellen hoe een teken van kwaad of een gewelddadige dood hoop kan geven in tijden van angst, pijn, verdriet of totale verlatenheid. De geloofwaardigheid van het christelijke geloof staat tegenwoordig op het spel en mensen verliezen hun geloof door alle ellende en verdriet die door geloofsgenoten en voorgangers in het geloof overal ter wereld werd veroorzaakt en nog steeds aan het licht komt. Kerken gaan van schandaal naar schandaal en ondertussen proberen we de boel bij elkaar te houden en zoeken we onderling naar bemoediging. In dat zoeken worden we met zijn allen wakker geschud en zien we dat niet alleen de kerk, maar heel de wereld van schandaal naar schandaal trekt. Daarbij worden voorstrijders voor verandering en een betere omgang met elkaar, zelf verdacht gemaakt en lijken zelf schuldig te zijn. Hoe kunnen we elkaar nog vertrouwen? Waar vinden we nog mensen die oprecht zijn? Hoe kijken we naar onszelf? Hoe reageer je zelf op anderen? Is jouw eigen handelswijze wel passend in deze maatschappij? Durven we nog wel vooruit te gaan in het leven nu de angst voor het onbekende steeds meer de overhand krijgt? Met steeds grotere verbazing aanschouw ik ons leven in onze samenleving en het gevoel bekruipt mij dat we onze echte vrijheid dreigen te verliezen, want durven we eigenlijk nog te handelen en te spreken volgens de waarden die we zelf hebben? Voelen we ons nog vrij genoeg?
Populistische personen maken daar handig gebruik van door op harde manier in te gaan tegen de gevestigde orde, of tegen het onbekende. Ze zoeken bijval van mensen die zich onzeker voelen en angstig in deze samenleving. Het is een giftige handelswijze die teert op de angst van mensen en die uiteindelijk tot doel heeft de mensheid te ontwrichten en zo het levensdoel te vertroebelen of zelfs te vernietigen. De mensheid heeft dringend behoefte aan een boodschap van liefde, hoop en verdraagzaamheid en er is nog voldoende te winnen voor de mensen tot dat betreft.

 

Mozes in de verlatenheid

Het lijkt een dor terrein waarop de mensheid zich lijkt te begeven. Een woestijn waarin de mensheid met elkaar zich toch verlaten kan voelen. Zo treffen we ook Mozes aan midden in woestijn, samen met Gods volk. Het nieuwe leven dat God met zijn volk voor ogen had lijkt een verloren zaak. Israël is in de woestijn terechtgekomen. Het is de plek waar verlatenheid heerst, waar geen inwoners lijken te zijn en waar het kwaad rondgaat als slangen die de mensen vergiftigen met hun beten. Niet zozeer plek in plaats en tijd, maar een toestand van een volk dat geen doel meer lijkt te hebben. Het kwaad verspreidt zich en de één na de ander vindt daarbij de dood. Mensen beginnen zich af te vragen wat er toch geworden is van hun leven en worden angstig. Zij die niet meer geloven in de goede zaak, die alleen nog maar kunnen klagen over hun zoektocht naar het beloofde land, vallen bij bosjes om. Ze verlaten de weg die naar nieuw leven zou leiden, door het gebrek aan vertrouwen dat ze hebben. Het slangengif brengt de dood, letterlijk of figuurlijk.

Daar, in die verlatenheid die Mozes ook pijnlijk zal hebben ervaren, zijn er dan toch nog mensen die de hoop niet willen opgeven en vragen om duiding, om een teken dat hun eruit kan helpen. Het is niet de eerste keer dat ze op een dood spoor lijken te zitten en ze hebben gemerkt dat in die moeilijke tijden God toch zijn volk niet zal verlaten en hen zal aanspreken op bijzondere wijze en bijzondere dingen voor ze doet. Genade kan in de woestijn van het leven overvloedig vloeien, wanneer men tot inkeer komt en de heilloze weg die ze ingegaan zijn onder ogen komen. Het is het kwaad dat daaruit voortkomt dat Mozes in brons laat gieten en tot teken stelt van verlossing en hoop. Het is een blijvend teken dat herinnert aan de zonden en daardoor een blijvende herinnering aan de hoop.

Aangetrokken door Jezus

Het hoogfeest van Kruisverheffing dat we vandaag vieren, vestigt onze aandacht op het teken van hoop dat Jezus stelde. Jezus moet de weg van het lijden en sterven gaan, alleen daardoor kan de verrijzenis plaatsvinden en zo zijn verheffing en verheerlijking. Door die weg te gaan haalt Hij iedereen naar zich toe en wordt zelf teken van de doorgang door de dood heen naar nieuw leven in God. In de vergelijking met de bronzen slang mogen we ons bewust worden dat in Jezus een nog grotere aanwezigheid is van God. Wie opziet naar het kruis komt tot inkeer en zal heling vinden in het leven.

Het is een mysterie en moeilijk voor te stellen voor ons. Het roept de vraag bij velen op in hoeverre dit een historisch feit is en mensen maken er vele theorieën over die stuk voor stuk het verhaal lijken te ontkrachten. Maar het is een werkelijkheid die voor de leerlingen weldegelijk gold. Het speelt zich af in Gods sfeer. Het oude is voorbij en een nieuwe vorm van bestaan ontstaat, die niet zomaar aanschouwelijk te maken is, behalve door de ervaringen die mensen met elkaar delen. De steun die ze eruit ontvangen en die ze weer kunnen delen met anderen. In Gods sfeer is de dood niet zomaar de dood en is er altijd de mogelijkheid een nieuw begin te maken in dit leven of er na.

Er is nog voldoende te winnen

‘Er is nog voldoende te winnen’ zei ik in het begin van mijn preek. De wereld lijkt misschien nog maar weinig houvast te bieden voor een verhaal van hoop. De kerken blijken daarin in eerste instantie geen geloofwaardige basis te bieden. Overal waar mensen het heft in eigen handen nemen lijkt chaos, kwaad, verdriet en pijn te ontstaan. Onze wereld snakt eigenlijk naar een stukje God in het leven. Ze hunkert naar de werkelijkheid van God, waarin we mogen opzien naar het kruis en beseffen dat het leven hard is en vol pijn en verdriet, maar nooit zonder hoop. Want in Gods werkelijkheid kan iedereen nieuw leven krijgen, door Jezus, onze Heer. Laten we daarin elkaar inspireren.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij het hoogfeest van de verheffing van het heilig Kruis, 16 september 2018

Numeri 21, 4-9; Filippenzen 2, 5-11; Johannes 3, 13-17

Tekenen van hoop

Zusters en broeders,
In de acht jaar dat ik vandaag bij jullie ben is er veel gebeurd. Het is voor ons allemaal een bijzondere reis geweest met mooie, maar ook met moeilijke en zelfs zware momenten. Ik heb het ervaren als een levensreis met vele ontmoetingen, maar ik heb ook zeer vaak afscheid moeten nemen. Vijf jaar geleden heb ik op die reis de priesterwijding mogen ontvangen en twee jaar geleden hebben we dit kerkgebouw gewijd als huis van God. Ik kijk er met veel dankbaarheid op terug, ook op de zware momenten, want ze maken je tot wie je bent en zo kunnen ze ook weer tekenen van hoop worden die je sterken op je verdere levensreis. Overigens is dat wel een opmerkelijke eigenschap van de mens, hoe ze telkens weer hoop kan vinden of geven aan anderen, ook al lijkt er niks meer te hopen.

Belofte aan Jakob

“Zonder hoop is er geen leven”. Deze uitspraak kwam ik tegen van een jonge vrouw die geboren is in de tijd van de genocide in Rwanda. Het deed mij beseffen hoe wonderbaarlijk het eigenlijk is hoe God op momenten dat er geen leven meer mogelijk is, toch met mensen een nieuw begin maakt en daarin mensen hoop geeft door ze op het spoor van een belofte te zetten, zoals de belofte van vandaag aan Jakob die al bij zijn grootvader Abram plotsklaps begon, toen “de Heer zei tot Abram: Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u wijs.” (Gen. 12, 1)

Er is een verlangen gewekt bij Abram en het doet hem op weg gaan, alles achterlatend wat hij kent. Zoals Abram beschreven wordt, is hij eigenlijk niet iemand die echt anders is dan de andere mensen in die mensenwereld die we hebben leren kennen in de bijbel.

Wellicht ervoer hij het leven dat hij leidde niet als bevredigend en had hij honger naar een zinvoller leven. God roept hem dan en doet hem een belofte. Iets wat hoop geeft, maar wat geen pasklaar antwoord is op zijn verlangen. Hij zal zelf op weg moeten gaan, ja zeggen tegen die God die hij nog maar net heeft leren kennen. Onderweg zal hij ervaren wat het betekent om op God te vertrouwen.

Door de spanningen de Jakob had met zijn broer is er ook onrust bij hem gekomen. Het bedrog dat hij heeft gepleegd naar zijn broer Esau zit hem niet lekker en vervult zijn hoofd met twijfel. Het is voor hem een worsteling om zelf weer op het goede pad te komen en die hem blijvend zal tekenen. Gaandeweg leert hij God kennen, wanneer hemel en aarde contact maken met elkaar in zijn droom. Dan wordt het hem duidelijk dat de belofte die al aan zijn grootvader en vader is gedaan blijft gelden voor zijn nakomelingen. God is getrouw, hoezeer de mens ook afwijkt van Zijn weg.

Gods woning onder de mensen

Jakob legt zich – zijn hoofd moe geworden van de tweestrijd in zichzelf – te rusten ‘op een bepaalde plaats’. Het is daar dat God zich voor het eerst aan hem openbaart. Waar hij eerst leefde van de aardse zegen van zijn vader en de belofte die hij van horen zeggen heeft, is het nu God zelf die zich aan hem openbaart. De beloften die aan zijn grootvader en vader zijn gedaan, gaan nu over op hem. Het hemelse en aardse worden op dat moment voor hem met elkaar verbonden. Oprecht een heilige plaats. Ze wordt verbeeld door het visioen van de ladder, die mogelijkerwijs naar de ziggurats verwijst: grote, door mensen opgeworpen heuvels die uitdrukten dat hemel en aarde verbonden waren. Men vermoedt ook wel dat de toren van Babel zo’n ziggurat moet zijn geweest. Daar werd de verbinding tussen hemel en aarde verbroken.

Mogelijk is de plek waar Jakob ging slapen een soort gastenhuisje die zich bovenop zo’n ziggurat bevond en die bestemd waren voor de godheid. Jakob noemt die plaats dan ook Betel, wat betekent: huis van God. Wel interessant omdat hij die naam instelt, terwijl in het verhaal van de roeping van zijn grootvader Abram de plaats Betel al een centrale rol speelt.

Het is blijkbaar een belangrijk gegeven voor de joden om een plek te hebben waar je God kunt ontmoeten, waar hemel en aarde zich kunnen verbinden. Ook in de Islam vinden we het terug, waar het in enkele soera’s in de koran in verband wordt gebracht met Abraham. Daar waar Gods woning onder de mensen is, kunnen mensen steun, troost en hoop vinden, hoewel we ook hebben geleerd dat het niet alleen om die muren van steen draait.

Bij een zondig mens is Hij zijn intrek gaan nemen

Gods woning kunnen we namelijk ook figuurlijk opvatten, wanneer Hij zijn intrek neemt bij mensen. Op bijzondere wijze ontdekken we dat vandaag in het evangelie. Bij de laatste persoon waarvan je het verwacht besluit Jezus zijn intrek te nemen. Een tollenaar, ook iemand die bedriegt en neemt wat hem niet toebehoort (herkennen we hier Jakob?) Jezus laat zien dat ook Zachéüs een zoon van Abraham is en het niet te laat is om een nieuw begin te maken. De belofte is er ook voor hem!

God roept dus niet de mensen die bij voorbaat al heilig zijn. Het is een God van vernieuwing en hoe kun je dat beter laten zien dan door mensen met hun gebreken een nieuw begin te laten maken, zodat God voortaan bij hun is, zoals de Naam van God zich laat uitleggen. Ook al denken de mensen er anders over, omdat zij niet kunnen zien wat God ziet.

Soms zie je het zelf ook niet. Zo heb ik dat zelf ook wel ervaren. Momenten dat je eigenlijk niet denkt dat jij de geschikte persoon bent voor iets, dat soms ook bevestigd wordt door morrende mensen. In je streven naar een priesterlijk leven word je vaak geconfronteerd met je eigen gebreken en met andere mensen die in jouw ogen een veel vromer of geloviger leven leiden dan jijzelf.

Toch heb ik lang geleden de stap gewaagd om mij op die weg van God te begeven, niet wetende waar het toe zou leiden. Vandaag, vijf jaar geleden, werd dat dan bevestigd door mijn wijding. Het voelt ook als een belofte, niet zozeer aan mijzelf, maar aan de mensen om mij heen. Wat die belofte inhoudt kan ik nooit zo goed onder woorden brengen, maar ik ervaar die belofte telkens weer wanneer ik merk dat mijn priester-zijn of dit gewijde godshuis tot teken van hoop kan zijn voor anderen, dan zie ik daar een glimp van die belofte van God verschijnen en voel ik mij intens gelukkig en dankbaar.

Maar ik heb ook ervaren dat muren van steen kwetsbaar zijn, zoals ook mijn lichaam en hele menszijn kwetsbaar is. Dat we elkaar heel hard nodig hebben om de belofte van God zichtbaar te maken aan de mensen. Zo hoop ik dan ook dat we samen eraan blijven werken deze plek en ons geloof in te zetten als tekenen van hoop in deze stad en de hele wereld.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij het hoogfeest van de verjaardag van Kerkwijding en priesterjubileum, 2 september 2018
Genesis 28, 10-18; Openbaring 21, 2-5; Lucas 19, 1-10

Terug naar de essentie

https://i2.wp.com/i.pinimg.com/originals/44/c0/76/44c07623da50174a22168fb0230505ef.jpg?resize=342%2C455&ssl=1Zusters en broeders,
Tijdens je vakantie probeer je afstand te nemen van alles waarmee je bezig geweest bent door het jaar heen. Zo probeer je rust te vinden om het nieuwe jaar weer fris tegemoet te gaan. Het is een puur persoonlijke beleving, want de wereld om je heen draait gewoon door. Zo bereiken je dan toch al die verschrikkelijke berichten van explosies, natuurgeweld, bosbranden door mensen aangestoken, instortingen, aanslagen en wederom misbruik op afgrijslijk grote schaal door priesters. Wanneer ik het tot mij door laat dringen staan de tranen in mijn ogen. “Schaamte en verdriet” werden genoemd in het nieuws, maar om eerlijk te zijn drukken die woorden niet uit wat er werkelijk door je heen gaat. Woorden schieten te kort. Als mens en priester voel ik mij machteloos rond al die verschrikkingen in de wereld, machteloos onder al het leed, al het geweld wat mijn zogezegde collega priesters anderen hebben aangedaan en nog steeds aandoen. Alles waarin je gelooft als christen lijkt met bruut geweld kapot gemaakt te worden. Alles wat Jezus ons leerde, alles wat de apostelen ons hebben doorgegeven lijkt met voeten te worden getreden. Wat is er overgebleven van die leer? Waar vinden we nog gerechtigheid? Waar nog zorg voor hen die het nodig hebben? Waar is onze uitdrukkelijke afwijzing van al het kwaad gebleven? Bij het maken van mijn preek las ik wat uit de didachè, de leer van de apostelen, een tekst uit de eerste eeuw die tot de canonisering van de Bijbel gold als een belangrijke leidraad voor het christelijke leven toen er nog sprake was van apostelen en leerlingen die rondreisden en uit eigen ervaring vertelden wat ze van Jezus hadden geleerd. De essentie van het geloof.

Didachè

In dit document wordt een zeer eenvoudige, duidelijke en redelijk milde leer neergezet waaruit je het onderricht van Jezus meteen herkent zoals we die in de evangeliën terug kunnen vinden. Het is opgebouwd op een manier die doet denken aan de joodse wijsheidsliteratuur en het sluit ook aan bij andere bekende manieren van onderwijzen zoals toen bekend bij de joden. Het leert de nieuwe volgelingen volgens de leer van de twee wegen. Een weg ten goede en een weg ten kwade. Het lijkt er verdacht veel op dat de gevolgen van de weg ten kwade, waar de didachè voor waarschuwt, door de eeuwen heen waarheid is geworden.

Hoe lang laten we dat nog doorgaan? Hoe kunnen we weer terugkomen bij de zuivere leer van Jezus en de apostelen? En hoe gaan we om met al het leed dat er is in de wereld, maar ook al het leed dat is aangedaan door mensen die zich leerling van Jezus noemden?

Troost

Er is behoefte, nee de noodzaak aan troost, maar daar waar je troost zou verwachten lijkt het niet meer te bestaan.

Veel mensen vinden troost in zaken die ogenschijnlijk de juiste diepgang missen, maar die inpraten op het gevoel van mensen. Het kunnen TV programma’s zijn, maar ook fastfood, verslavende middelen, diëten, therapieën en ga zo maar door. Ze bieden troost doordat ze inspelen op het bewerkstelligen van kortstondige gevoelens van geluk, soms veroorzaakt door het zien dat een ander het slechter heeft. Toch moeten we wel het belang van troost onder ogen komen. Is troost immers niet het eerste wat mensen nodig hebben bij wanhoop?

Zoals de leerlingen na de dood van Jezus troost zoeken bij elkaar is het een belangrijke basis voor het geloof. Troost en de ander geen leed aandoen. Hoewel heel subtiel zien we dat Maria daarbij een belangrijke rol speelt in de Bijbel en de traditie wanneer zij aanwezig is op de meest belangrijke momenten en zo ook de leerlingen kan helpen zich te herpakken wanneer alles zinloos lijkt te zijn.

Namen van Maria

Niet voor niets dat in de traditie van de kerk zoveel namen voor Maria zijn ontstaan: Moeder van goede raad, troosteres, moeder van barmhartigheid, liefdevolle moeder, koningin van het leven en genade en ga zo maar door. De uitgebreide iconografie rondom Maria heeft ook veel te maken met zorg en liefde voor de mensen. Zo hebben we in onze dagkapel de Moeder Gods van Tederheid hangen.

Zij is beeld van troost voor mensen en in haar leven en haar sterven, dat we vandaag gedenken, is zij ook beeld van hoop. Wanneer Jezus verrijst uit de doden is dat een teken van overwinning en macht van Christus. Het is de kroon op het leven van Christus en dat mag gelden voor allen die hem volgen, met Maria voorop. Zo verwijst het ontslapen van Maria ook naar het feit dat de aardse dood niet het einde is, maar de doorgang naar het nieuwe leven dat ook ons eens staat te wachten. Maria is daarbij het beeld van de vervulling van al het aardse, van de hoop die ons in leven houdt. Allen, die net als Adam zijn gestorven, zullen in Christus weer levend worden gemaakt.

Hoop

Hoop ontstaat daar waar wijsheid zich kan manifesteren onder de mensen. Je krijgt weer overzicht en daarmee grip op het leven. Maar het is een zoektocht, zoals we horen in de eerste lezing. Daar wordt de wijsheid voorgesteld als een persoon die overal onder de mensen een rustplaats heeft gezocht maar haar vaste plek vond bij het joodse volk. Dit soort teksten hebben veel invloed gehad op de vroegchristelijke literatuur. Zij is inspiratie geweest voor teksten van Paulus, het Johannesevangelie en vele andere teksten waaronder ook de didachè.

Het drukt een verlangen uit naar een leven dat door eenvoud gevormd wordt, waardoor we weer ruimte krijgen om alles in wijsheid te overzien. Maar in plaats van het bewaren van die eenvoud, is het leven om ons heen alleen maar complexer geworden en is het gelovige leven daarin meegegroeid. Leven en geloof lijken niet meer om te kunnen gaan met echte eenvoud, zeker wanneer we het gevoel krijgen dat onze eigen luxe positie in het gedrang lijkt te komen omdat God hongerigen met goederen vervuld, maar rijken ledig heenzendt.

Afstand nemen

Afstand nemen van de complexiteit van het leven is niet eenvoudig. Je merkt het al op je vakantie, wanneer je eigenlijk niks tekort komt, maar toch alle luxe gaat missen, terwijl je nog steeds overvloed hebt. Toen we in onze vakantie wat kloosters bezochten wekte dat bij mij ook wel weer opnieuw het verlangen naar de eenvoud van zo’n bestaan. Het inspireert je in je zoektocht naar vernieuwing van het geloofsleven. Bijzonder dan dat je bij terugkomst verneemt dat een medegelovige van ons een tijdje gaat meeleven in een nieuw kloosterinitiatief om zo met anderen te zoeken naar de kern van het bestaan in het licht van God.

Voor mij is – naast de H. Benedictus – Maria daarin een belangrijk voorbeeld. Haar stille aanwezigheid heeft iets beschouwends. In haar lofzang is zij als Moeder Gods beeld van het Israël naar Gods hart, zoals notabene een protestantse collega van mij mooi verwoordde deze week op internet. Beeld van de kerk die haar Heer in leven en sterven volgt.

Misschien ligt daarin wel een boodschap voor ons naar de toekomst. Afstand nemen van alles in de wereld en alle dingen die geworden zijn in de kerk om zo weer bij de essentie te komen. Afstand doen van alles wat tot het kwade behoort. Zo weer te kunnen inzien dat God volgen door Jezus de Christus ons werkelijk redding kan brengen.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij het ontslapen van de H. Maagd Maria, 19 augustus 2018

Jezus Sirach 24, 7-8 en 10-15, 1 Korintiërs 15, 20-26; Lucas 1, 46-55

Klik hier voor meer informatie over de didachè

Op pad gaan, gewoon zoals je bent

Zusters en broeders,
Jezus stuurt zijn leerlingen zonder iets op pad. Geen brood, geen reiszak, geen extra kleren, geen geld. Alleen een stok, sandalen en de kleren die ze aanhebben. Gewoon zoals ze zijn, niks meer en niks minder. Kunt u zich dat voorstellen? Menigeen slaat de schrik om het hart wanneer je daarover nadenkt. Het idee dat je ook maar een paar dagen op weg gaat, gewoon zoals je bent en dan zonder wat te eten op pad zou gaan, zonder iets te plannen en zonder te weten of je ’s avonds onderdak zult vinden. Voor velen zal het zelfs al moeilijk zijn om een paar dagen zonder telefoon, tablet, televisie en wifi te moeten zijn, laat staan zonder je pinpas en contant geld. (ik ben geen haar beter op dat gebied hoor!)

Kunnen we dat eigenlijk nog wel vandaag de dag? Je onafhankelijk opstellen van alles wat je eigen leven zekerheid geeft en comfort en daarmee jezelf afhankelijk maken van anderen en van wie je zelf bent en van God? Is het niet de vraag naar welke vrijheid we ervaren in ons leven en hoe die vrijheid tot stand komt? Vrijheid die onder druk staat door de voortdurende stroom van informatie in reclames dat we onze vakantie alleen goed kunnen doorbrengen als we maar televisie kunnen kijken en onze telefoons en tablets met gratis WiFi onder handbereik hebben? Willen we dat wel? Voelen we ons nog wel veilig en zeker wanneer we zonder een mobiel op zak de wijde wereld intrekken?

Te veel

In de wereld om ons heen is een cultuur ontstaan waarin veel te veel te kiezen is. Van de week las ik over generatie X, de generatie die tussen ongeveer 1954 en 1980 geboren is, waar ik dus ook nog onder val. Ze wordt ook wel de generatie ‘te veel’ genoemd. Te veel aan keuzes, te veel aan informatie enz. Een generatie die in een zeer korte tijd geconfronteerd werd met een enorme toename van informatie en bezit die door welvaart is gestimuleerd. Het lijkt bij de tijd te horen en zo lijkt het niet bij deze tijd te passen wanneer je je probeert voor te stellen hoe het is om met minder toe te kunnen. Ondertussen is het ook een periode geweest waarin heel veel sociale omgangsvormen afbrokkelen en men denkt dat die alleen nog maar met weloverwogen businessmodellen nieuw leven in te blazen zijn, waarbij echter doorgaans het economisch belang leidend is voor het realiseren daarvan. Toch lijkt de behoefte aan sociale cohesie groter dan ooit. Mensen zijn overprikkeld door alles wat er om hen heen gebeurt waardoor onderhand zo’n 33% van de Nederlanders te maken krijgt met zaken als burn-out, depressie enz.

Alles moet efficiënt en meetbaar zijn, zonder dat de mens zelf op de voorgrond wordt gesteld en ja, dat gebeurt ook in de kerk, waarbij we alleen nog maar kerk lijken te kunnen zijn met beleidsplannen en projectaanvragen, die afketsen wanneer er onduidelijkheid is over kwantitatieve targets als groei in leden en financiën. Het zijn onze reiszakken en gordels met geld, onze extra kleren. Durven we als gelovigen nog wel kerk te zijn en het geloof te verkondigen zonder al die bagage? (Als ik er zo over nadenk hebben we zo’n beleidsplan dat al vele eeuwen oud is, we kennen het als de Bijbel. En ik ken ook mensen die met niets meer dan dat op weg zijn gegaan en niets tekort zijn gekomen op hun weg de boodschap van de Heer te verkondigen.)

Van de week was het feest van St. Benedictus, de vader van het westerse monnikenleven. Op die dag lazen we van de rijke jongeling die Jezus vroeg wat hij moest doen om eeuwig leven te ontvangen. Hij haakte af toen hij de opdracht hoorde zich te ontdoen van alles wat hem deed vastklampen aan het aardse leven zelf. Het laat zien hoe moeilijk we het vinden om los te laten. We klampen ons vast aan onze zekerheden, aan ons bezit, aan onze eigen kennis.

Redding. Waarvan dan?

Toen Jezus zijn leerlingen twee aan twee uitzond, zorgde Hij ervoor dat ze niets hadden om zich aan vast te klampen waardoor ze het contact met mensen uit de weg zouden kunnen gaan. Zo kunnen ze mensen ontmoeten die ze gastvrij zullen ontvangen en zullen geven wat ze nodig hebben. Die mensen zullen ontdekken dat ze zelf ook iets nodig hebben en dat het de leerlingen van Jezus zijn die het hun kunnen geven: redding.

Maar waarvan dan? Al van jongs af aan heb ik mij daarover verwonderd. Waarvan hebben wij mensen redding nodig? Amos liep ook aan tegen die vraag toen hij zijn profetieën naar het Noordrijk van koning Jerobeam II bracht. Het welvarende Noordrijk Israël was zelfingenomen en ziet niet in dat hun welvaart een keerzijde heeft. Niet iedereen profiteert van de welvaart en er zijn vele vormen van armoede – waarvoor het Hebreeuws dan ook verschillende woorden heeft. Een armoede die steeds groter lijkt te worden, daar waar de rijken zich verrijken ten koste van de armen. “Grootgrondbezitters tegenover bezitloze pachters; de luxe en overvloed van de rijken tegenover de armoede en ellende van de verarmden; het machtsmisbruik van de leidende klassen tegenover de rechteloosheid van de maatschappelijk zwakkeren.”[1] Ondertussen stellen ze zichzelf gerust met een zekere religieuze zelfvoldaanheid die tot uitdrukking komt in formalisme en ritualisme.

Een samenleving of instituut wordt natuurlijk niet graag daarmee geconfronteerd en daarom krijgt Amos het verzoek maar terug te gaan met zijn praatjes en zijn brood maar in zijn eigen omgeving te verdienen. Maar Amos verdient zijn levensonderhoud niet uit profeteren. Hij is volledig vrij de opdracht van de HEER uit te voeren. Hij kan niet anders dan de wantoestanden aan de kaak te stellen.

Het zou natuurlijk niet nodig moeten zijn en toch is het van alle tijden en is het ook voor ons tegenwoordig moeilijk om open te staan voor een andere visie of om geconfronteerd te worden met gedrag dat je niet van gelovigen verwacht. Tegenwoordig lijkt het immers noodzakelijk om vooral goed voor jezelf op te komen, je te verzekeren van en voor alles wat je nodig hebt. Het is een logica die onze wereld bepaald maar die de twaalf doorbreken. Ze laten door de eenvoud zien God ons in zijn liefde heeft voorbestemd zijn kinderen te worden. Gods kinderen zijn vrij om van de onderlinge liefde te leven en ze zijn geroepen oom anderen vrij te maken om diezelfde onderlinge liefde te smaken.

Zonder al die extra ballast, zonder al die afhankelijkheid van de eigen ik ontvangen we ruimte om te accepteren wat de ander ons te bieden heeft.

Ga op pad, zoals je bent

“Tot die vrijheid worden ook wij uitgenodigd. De vrijheid om elkaar te dienen, de vrijheid om voor elkaar op te komen, de vrijheid ons te laten verlossen van wat ons klein maakt en ons doet geloven zonder waarde of betekenis zijn. We kunnen vragen om wat we nodig hebben, want God vindt dat we dit waard zijn. Dat is ware vrijheid.”[2] Op pad gaan, gewoon zoals je bent.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

[1] http://www.tijdschriftvoorverkondiging.org/exegese-preek/15-juli.html

[2] Ibid

Preek bij de tiende zondag na Pinksteren

Amos 7, 7-15; Efeziërs 1, 1-14; Marcus 6, 6b-13

Zeven deugden – Oecumenisch zomerprogramma Groningen

Zeven deugden

Ook deze zomer organiseren de binnenstadskerken weer een aantal zomerbijeenkomsten voor thuisblijvers, voor gasten in de stad en voor wie al weg is geweest of nog weggaat. Gedurende zeven bijeenkomsten, meestal op de dinsdagochtend, verkennen we de zeven deugden.

Deze deugden zijn onder te verdelen in de zogenoemde kardinale deugden en de christelijk geïnspireerde deugden. Tot de eerste groep horen: voorzichtigheid/wijsheid (prudentia), gematigdheid (temperantia), moed (fortitudo) en gerechtigheid (iustitia). De tweede groep kennen we goed uit 1 Corinthen 13: geloof (fides), hoop (spes) en liefde (caritas). De deugden hebben in de (antieke) filosofie en het christendom altijd een grote rol gespeeld. Maar ook in bijvoorbeeld kunst en literatuur komen ze steeds terug. Een prima thema dus om in de zomer in  oecumenisch verband te presenteren en er met elkaar over te spreken. Het schema staat hieronder. Begintijd is doorgaans 10.00 uur.

We nodigen u van harte uit om op zeven dinsdagen in de zomerperiode nader kennis te maken met de eigenheid en rijkdom van de verschillende tradities en gezamenlijk de waarde en de actualiteit van de oude deugden te verkennen. Het aangeboden programma, de verschillende vieringen in deze zomer en een overzicht van deelnemende kerken vindt in deze folder.

U bent van harte welkom!

Zeven deugden – de activiteiten

17 juli Voorzichtigheid
10.00 uur, Doopsgezinde kerk, diaconie

Jeugdige overmoed of rijp verstand?
Ze zeggen altijd dat jongeren onbesuisd zijn en ouderen al te voorzichtig.. Leren we de contouren van de deugd van de Prudentia beter kennen bij het stijgen van de leeftijd? Komt verstand met de jaren of slechts slijtage? Een gesprek waarin we mogen leren van elkaars deskundigheid.

24 juli Matigheid
18.00 uur!,  Doopsgezinde kerk

Een Matige Maaltijd? Matigheid als Kompas in een onmatige wereld. We leven in een wereld van overvloed, niet alleen materieel maar ook immaterieel. Voedsel, werklust, mobiliteit, spiritueel aanbod…Van vroeger uit hebben Doopsgezinden soberheid als levenswijze aangereikt gekregen.  Maar hoe verhoudt zich dat tot onze wereld? Is het een streng kader waarmee we onszelf geweld zouden aandoen? Of kunnen we er nog op varen? Om te oefenen, te leren en in gesprek te komen zorg ik in het  kader van de matigheid voor een heerlijk en eerlijk maal. U bent  allen uitgenodigd op 24 juli om 18.00 uur. Wilt u helpen? Graag! Wilt u komen? Leuk, geeft u zich wel op, liefst via de mail. Kosten 4 euro.

31 juli Moed
10.15 uur, Lutherse kerk

Moed is een bijzondere deugd: je kunt hem pas testen op moment dat het werkelijk spannend wordt. Als er niets op het spel staat, heb je ook geen moed nodig voor een bepaalde keuze of daad. Op deze ochtend houden we ons bezig met het moedige levensverhaal van de Lutherse theoloog en verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer. Na een korte introductie kijken we samen de film Bonhoeffer: Agent of Grace.

7 augustus  Geloof
10.00 uur, Russisch-orthodoxe kerk

In 2018 bestaat de Russisch-orthodoxe parochie van de Heilige Transfiguratie 50 jaar. Dit feest van de Gedaanteverwisseling van de Heer is op 6 augustus gevierd. We staan stil bij dit feest en bij de apostel Jakobus Zebedeus die met Christus op de berg Tabor was en ook zijn naam heeft gegeven aan het Jakobspad.  Ook wordt de film vertoond, die voor het gouden jubileum werd gemaakt.

14 augustus Liefde
10.00 uur, St Jozefkathedraal

Wij zongen altijd Ubi caritas et amor Deus ibi est. Nu zingen we Ubi caritas est vera Deus ibi est. Waar vriendschap heerst en liefde, daar is God. Wat is echte liefde? We zullen een film bekijken en daarover samen praten.

21 augustus Gerechtigheid
10.00 uur, Remonstrantse kerk

Leven volgens de regels van het recht, dat is wat we samen hebben afgesproken. Maar niet altijd beantwoordt de regel aan het menselijk gevoel voor gerechtigheid. Deze dilemma’s zijn zo oud als de mensheid en komen we ook al in bijbelse verhalen tegen. Bijvoorbeeld in het oordeel van koning Salomo en bij de gelijkenis van de werkers in de wijngaard. Deze ochtend kruisen we de degens over enkele bijbelse verhalen en eigen ervaringen en leggen ze langs de meetlaat van wat we rechtvaardig vinden.

28 augustus Hoop
10.00 uur, Oud-Katholieke kerk

In de bijbel komen veel teksten die hoopgevend zijn, soms ook als je het niet verwacht. Zo kennen we het verhaal van de bloedvloeiende vrouw die geen hoop meer lijkt te hebben, maar dan de mantel van Jezus aanraakt. Maar ook sommige moeilijke teksten van Paulus blijken uiteindelijk hoopgevend te zijn. Met teksten en lichtbeelden gaan we in op het thema hoop in de Bijbel en in de (religieuze) kunst.

John Main Seminar 2018

In diverse Oud-Katholieke parochies waaronder Delft, Den Haag en onze eigen parochie in Groningen zijn meditatiegroepen die vallen onder de Wereld Gemeenschap voor Christelijke meditatie (WCCM) actief. Van 20 tot 23 september 2018 vindt in Brugge het internationale John Main Seminar plaats. Dit Seminar wordt gehouden ter nagedachtenis van de inspirator van de manier van mediteren die in deze groepen wordt beoefend. Gerenommeerde sprekers, zoals Charles Taylor en Herman Van Rompuy zullen hier hun licht laten schijnen over wat Christelijke meditatie, wat contemplatie, voor de wereld van nu kan betekenen. Een wereld die geplaagd wordt door de nodige crises en  inspiratie meer dan ooit lijkt te kunnen gebruiken.

Voor nadere informatie en aanmelding klik hier.

Overgenomen (en bewerkt) van de landelijke website van de Oud-Katholieke Kerk

Amersfoort, Bisschoppelijk Bureau, 4 juli 2018

U kunt zich ook aanmelden bij de nieuwsbrief van de meditatiegroep in Groningen

Geef elkaar ruimte, maar doorbreek het taboe

Zusters en broeders,
Dat genezingsverhalen in de Bijbel moeilijk zijn dat hoef ik u niet te vertellen. Velen voelen zich er ongemakkelijk bij. Vandaag hebben we twee van die verhalen, waarvan er één ook nog eens het grote taboe op onreinheid doorbreekt dat in die tijd bestond. Het evenwicht in de gemeenschap wordt erdoor ontwricht omdat niet iedereen in gelijke mate deel kan en mag uitmaken van die gemeenschap.

Het ongemak bij dit soort verhalen komt vaak voort uit een gevoel van onrechtvaardigheid. Waarom wordt de één wel en die andere niet genezen? Daarbij heersen er ook in onze tijd vele taboes op ziekten en andere zaken waar mensen onder lijden. Denk maar aan kanker, depressie, verslaving maar ook mensen die lijden onder datgene wat hen is aangedaan door anderen, zoals seksueel misbruik. Enerzijds is er de behoefte aan erkenning, de behoefte dat je er vrijuit over kunt praten met elkaar in de gemeenschap, maar anderzijds lijkt daar ook een drempel te liggen. Het is moeilijk om elkaar die ruimte te geven maar ook om die ruimte te nemen. Degene die eronder lijdt kan immers ook in zichzelf een drempel ervaren, want wat betekent het voor jezelf wanneer je met je verhaal naar buiten treedt? Het is een enorme stap om met je leed in de openbaarheid te treden. Op dat moment erken je namelijk aan jezelf dat je eronder lijdt. Geef je jezelf wel die ruimte? Mag het van jezelf? Mag en wil je jezelf zien als iemand die lijdt? Het gaat over je zelfbeeld en hoe je denkt en ervaart hoe anderen jou zien maar ook hoe anderen je werkelijk zien.

Een taboe doorbreken

In het evangelie van vandaag worden we geconfronteerd met twee vrouwen. Een dochtertje dat sterft op twaalfjarige leeftijd maar tot leven wordt gewekt en een vrouw die zolang dat dochtertje leefde geen vrouw heeft kunnen zijn, die onrein was en daarmee geen plek had in de gemeenschap.

Jaïrus brengt het sterven van zijn dochtertje onder de aandacht van Jezus en brengt het daarmee in de openbaarheid, de bloedvloeiende vrouw probeert in de gemeenschap niet op te vallen, maar toch genezing te vinden bij Jezus maar Jezus brengt haar onreinheid in de openbaarheid en doorbreekt daarmee het taboe. De genezing van de vrouw kostte hem kracht, maar die was niet tevergeefs. De reactie van Jezus boezemt de vrouw angst in. Ten eerste heeft zij als vrouw zomaar een man aangeraakt, wat in die tijd niet erg werd geapprecieerd, ten tweede ook nog eens als onreine, waarmee ze Jezus onrein had kunnen maken naar menselijke maatstaven. Ze had zich met gemak de woede van de menigte op zich kunnen halen en gestenigd worden. Maar daar draait het in dit verhaal duidelijk niet om. Het draait om geloof. Geloof dat dingen goed kunnen komen, ook al is dat niet volgens onze menselijke begrippen mogelijk. Jezus laat in dit verhaal niet veel woorden klinken die empathisch overkomen. Het zijn meer woorden die gericht zijn op hoop houden, vertrouwen hebben, blijven geloven. Geen woorden die invulling kunnen geven aan de betekenis die mensen zelf aan het lijden geven. Ook om ons heen zijn die er genoeg. Mensen die heel goed ‘weten’ hoe jij je wel zult voelen, of hoe jij je wel ‘moet’ voelen. Maar ook de betekenis die je zelf geeft aan je eigen lijden. Jezus zegt vertrouwen te houden. Niets is er verloren ook al denk je zelf van wel en denken anderen van wel.

Nieuwe hoop

In de eerste lezing horen we dat we niet moeten vertrouwen op onze eigen wijsheid. Vrees de HEER staat er vervolgens. Je kunt het ook wel uitleggen als “heb ontzag voor de HEER”. Daarmee niet te snel denken dat je op zijn stoel kunt zitten denk ik zelf dan weleens. Daarmee is het belangrijk om het kwade te vermijden en dat kan van alles zijn, zoals ook de kwade gedachten die je zelf hebt over anderen of over jezelf. Destructieve gedachten die het voor jezelf en voor anderen steeds moeilijker maken om elkaar de ruimte te geven in de gemeenschap, waarmee het steeds moeilijker wordt om samen gemeenschap te blijven vormen. Mensen die zelf depressief zijn geweest of nog steeds zijn zullen dat misschien wel herkennen. Het zijn de momenten waarop je nog maar moeizaam bij de dingen komt die je leven licht en kleur brengen, die ruimte kunnen geven. In de 16e eeuw is zo’n ervaring op zeer indringende wijze beschreven door de Spaanse monnik en dichter Johannes van het Kruis. Het staat bekend als de donkere nacht. Het wordt uitgelegd als een periode waarin God op een andere manier bezig is met jou als mens met als doel je te bevrijden. De eigen ervaring is dan donker, stil, zonder God.

Zijn het die donkere momenten die vandaag in het Evangelie naar voren komen? Waarin Jezus naar ons toe komt met woorden van hoop, van niet opgeven. Waarin Hij zichzelf kwetsbaar opstelt, laat zien dat Hij ook aangeraakt is door het lijden van de ander. Zijn doen en laten, zijn woorden spreken de buitengeslotene aan. Blijf geloven, laat de hoop niet varen. Lijden en sterven hebben dan ingebroken in het leven, maar dat is niet waar het verhaal eindigt.

Lijden en dood overwinnen het niet van het geloof van de vrouw en de vader in de verhalen van vandaag. Twee dochters vinden de weg terug naar het leven, een leven dat vruchtbaar is en heel gemaakt. Waarin de vrouw zich weer vrij kan bewegen in de gemeenschap en waarbij de gemeenschap zorgt voor de dochter door haar te eten te geven.

Laten we elkaar de ruimte geven in de gemeenschap. Eenieder de plek die hem of haar toekomt. Niet elkaar oordelen vanuit de eigen perceptie, maar ruimte biedend zonder elkaar af te vallen. Alleen zo kunnen we evenwicht houden in de gemeenschap en ons geloof.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij de achtste zondag na Pinksteren, B jaar, 1 juli 2018

Spreuken 3, 1-8; 2 Korintiërs 8, 9-15; Marcus 5, 22-43

Groeiend geloof

Zusters en broeders,
Geloven is eigenlijk maar een raar iets. Het gaat met ups en downs. Soms vervult het je helemaal, op andere momenten is het alsof er niks meer is. Veel mensen maken die momenten mee, ik ook, en dan is het de vraag of je geloof bestand is tegen die momenten van twijfel. Ik heb ook wel van die momenten gehad dat het mij zoveel gemakkelijker leek om maar niet in God te geloven.

Zelf heb ik veel verschillende momenten meegemaakt, maar voor mij geld echter wel dat ik niet anders kan dan geloven in God. Zeker op momenten dat God wel erg stil was in mijn leven. Echter door bepaalde ervaringen in mijn leven kan ik zelf niet meer twijfelen aan het bestaan van God, die voor mij echt als een Vader is. Geloven uitgelegd als vertrouwen is echter dan nog wel een ander ding. Er zijn weleens momenten geweest dat ik jaloers kon zijn op mensen die niet geloven, want dan hoef je ook geen vertrouwen meer te stellen in God en dat lijkt soms weleens heel gemakkelijk. Toch heb ik ook gemerkt dat door de jaren heen mijn geloof is gegroeid van een kinderlijk geloof naar een volwassener geloof. Maar daarmee is alles ook complexer geworden, zeker wanneer je in aanraking komt met mensen die anders geloven.

Daarom spreekt het verhaal van het mosterdzaadje mij wel aan. Een beeldspraak waarin een piepklein zaadje uitgroeit tot een struik waarin vele vogels – van verschillende pluimage – zich kunnen nestelen.

Wanneer je zoekt naar afbeeldingen van mosterdplanten, dan zie je vooral een kruidachtig gewas, dat gecultiveerd is in velden, zoals koolzaad ook in velden wordt verbouwd. Toch kwam ik ook het beeld tegen van een mosterdstruik in het wild ergens in het Midden-Oosten. Dat is een behoorlijke struik, die zeer wilde vertakkingen vertoont. Bijna ondoordringbaar om te zien. Een struik die beschutting biedt en een nestplaats is voor vogels.

Grote bomen en struiken zullen in Israël, waar ze minder voorkomen, zeker tot de verbeelding hebben gesproken. Ze zijn dan ook belangrijk in de Bijbel en met name in het Oude-Testament. Ze zijn waardevol en nuttig. Ze zorgen immers voor beschutting op het heetst van de dag, zijn geneeskrachtig, geven voedsel en hout om mee te bouwen. Denk maar aan de vijgenboom, de olijfboom, de dadelpalm en ceders. Het planten van een zaad of een zaailing, geeft iets weer van goddelijke kracht. Hoe zoiets, als vanzelf, van ogenschijnlijk niets, tot iets enorms kan uitgroeien. Al die potentie zit in dat ene kleine zaadje, maar wij mensen kunnen niet meer doen dan het planten en op tijd water geven – wanneer de regen dat niet voor ons doet. Wij kunnen het niet doen groeien door onze inspanningen. Je moet er dus op vertrouwen (geloven) dat het gaat groeien. Door onze kennis en ervaring die we hebben opgedaan door de jaren is dat vertrouwen gegroeid. Maar iemand die nog nooit gehoord heeft van zaad, het nog nooit heeft gezien, die zal het maar moeilijk kunnen geloven, zoals een klein kind. Eerst zien dan geloven.

Klein beginnen

In Ezechiël wordt de toehoorder op het spoor van de toekomstige Messias gezet. Het begint heel klein, als een twijgje dat geplant wordt en groeit uit tot een machtige ceder, een koninklijke boom. In het begin van dit hoofdstuk wordt de ceder samen met de wijnstok als beeld gebruikt. De ceder lijkt daarbij het tegenovergestelde van de wijnstok. Terwijl de ceder kan uitgroeien tot een machtige boom, verdort de wijnstok doordat de wortels niet naar het water zoeken. Daar stopt dan het verhaal van bomen en struiken even, om bij de perikoop van vandaag weer verder te gaan. De geplante en groeiende ceder staat hierbij voor het davidische koningschap dat zal worden hersteld, niet uit eigen beweging van de mensen, maar door God die daarvoor de mogelijkheid schept, hoe klein ook.

Ook in het evangelie van vandaag staat groei centraal. Hierbij zien we het beeld van de zaaier en het zaad dat ‘zonder zichtbare oorzaak’ groeit totdat het geoogst kan worden. Spreekt Jezus hier over zichzelf als zaaier?

Het is opvallend hoe in dit verhaal de aarde als vast gegeven wordt beschouwd. Ze brengt uit zichzelf vruchten voort. Je voelt het onderscheid tussen een met zorg ingezaaide en onderhouden akker of een woest stuk land waarop alles in het wildeweg opschiet, aan de eigen willekeur overgelaten.

In het verhaal van vandaag ligt de nadruk op het proces dat in het verborgene gebeurt. Mensen die groeien op weg naar de voleinding tot het moment van de oogst. Het mosterdzaad dat tot een struik uitgroeit gaat over dezelfde veiligheid die men mag ervaren als bij de boom van Ezechiël. Het beeld van het groeiende koninkrijk van God dat met iets ogenschijnlijk kleins is begonnen. Daarbij heeft mosterd de bijzondere eigenschap zich zeer snel te kunnen verspreiden en heeft het een kenmerkende, krachtige smaak. Passend bij de snel groeiende Jezus beweging uit de begintijd. Snelle groei, maar stevig geworteld en als een ondoordringbare plant die geborgenheid biedt.

Jezus legt zijn leer uit aan veel mensen in de vorm van dit soort parabels. De uitleg daarvan is echter bestemd voor een select gezelschap, zijn directe leerlingen. Voor het moderne gevoel komt dat wellicht nogal elitair over, dat die wijsheid niet zomaar voor iedereen was bedoeld. Toch was dit vrij normaal in die tijd. Toch mogen wij ons als toehoorder rekenen tot dat selecte gezelschap. Ook wij mogen ons immers leerlingen van Jezus noemen.

De beeldspraak van gewas en bomen dient om iets fundamenteels te zeggen over de leefwereld van het oude Israël en de joden/christenen van de tweede tempelperiode. Met de parabel van het mosterdzaadje reikte Jezus een nieuw beeld aan voor gelovig leven onder de heerschappij van een machtig rijk, het Romeinse, dat niet onderworpen leek te zijn aan goddelijke machten. Toch is het mogelijk voor gelovige toehoorders van Jezus’ boodschap in Gods koninkrijk te leven, aan de hand van deze parabel: niet als in de schaduw van een machtige boom, maar als deel van een vruchtbare struik die zich verspreidt, letterlijk een ‘smaakmaker’. Dat was een ongehoorde nieuwe gedachte, die ook in onze tijd als ongehoord zou kunnen worden ervaren. Onze leefwereld lijkt immers ook behoorlijk van God los te zijn maar veel mensen snakken naar een wereld zoals God die bedoeld heeft. Maar veel mensen blijven verstoken van het goede van Gods woord. Ze zien slechts een ondoordringbare struik met verdorde takken uit een ver verleden. Ze zien niet de bloeiende takjes die die zaad geven voor een nieuwe periode.

Het is daarmee ook aan ons een oproep om te getuigen van het geloof waarin wij zijn gegroeid. Zo kunnen we anderen bewust maken van het goede dat vanuit jezelf al kan opkomen. Hoe dat gezaaid is vanuit het goddelijke met de bedoeling uit te groeien tot iets groots, met veel vrucht.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek bij de zesde zondag na Pinksteren, 17 juni 2018

Ezechiël 17, 22-24; 2 Korintiërs 5,1-10; Marcus 4,26-34

Sacramentsdag: Hoe beleef je de Eucharistie?

Zusters en broeders,
Afgelopen week viel het mij op dat veel voorgangers Sacramentsdag aangrijpen om in te gaan op de zeven sacramenten. Toch gaat dit feest niet over alle sacramenten tegelijk, maar specifiek over het Allerheiligst Sacrament, de Eucharistie. Daardoor vroeg ik mijzelf af hoe we met z’n allen eucharistie beleven. Je hebt enerzijds de kerkelijke, theologische opvattingen en anderzijds de persoonlijke beleving en die liggen vaak ver uit elkaar. Waar voor de één eucharistie gaat over het samen ontvangen van het kostelijk Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus, is het voor de ander meer een verkapte agapé maaltijd geworden, waarin het delen van brood en wijn centraal staan. Ja ook in de beleving van de eucharistie lijkt de individualisatie te zijn doorgedrongen. De visie dat het Lichaam en Bloed van Jezus werkelijk tegenwoordig zijn onder gedaanten van brood en wijn, zoals we dat in de kerk leren, lijkt niet zo sterk beleefd te worden. Maar toch is dat iets wat zo belangrijk is, dat het tot de leer van de kerk behoort en ontstaan uit de ervaringen en de uitleg daarvan door de eerste christenen waarvan sommigen er ook bij zijn geweest toen Jezus dit deed.

In die lijn zijn de lezingen van vandaag bij elkaar gevonden en houden verband met elkaar door verbond, bloed en de gemeenschappelijke maaltijd voor het oog van God.

Ineens bevinden we ons na Pinksteren weer als het ware op de Witte Donderdag vlak voor Pasen. Het feest dat we vandaag vieren wordt ook eigenlijk op donderdag gevierd, zoals in veel katholieke landen nog steeds zo is. De lezingen laten ons een bijzonder verband met Mozes zien. Het verbond van Mozes krijgt een nieuwe invulling door het martelaarsbloed van Jezus als zaad van een nieuw verbond, met een nieuwe gemeenschap die gekozen is om opnieuw dienstbaar te zijn aan de levende God. Een gemeenschap die verder kan leven, zelfs na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. Een altaar als zichtbaar teken van Christus in het midden van de gemeenschap en twee of meer mensen die samenkomen in de Naam van Jezus om maaltijd te vieren zijn genoeg voor een levende kerk.

Jezus laat een ander joods geluid horen wanneer Hij op de avond voor zijn lijden en sterven zijn lichaam en bloed vereenzelvigt met het brood en de wijn, midden in die kring van twaalf volgelingen, verwijzend naar de twaalf stammen van Israël. Jezus als nieuwe Mozes die een nieuw volk van God verzamelt om de tafel, het altaar van de levende God. Een nieuw verbond, zichtbaar door het bloed van het verbond dat voor velen wordt vergoten. Velen, want niet iedereen blijkt namelijk in staat om dit tot zich te nemen, deel te laten worden van het eigen leven.

Jezus gaf hierbij de opdracht: ‘Doe dit tot mijn gedachtenis’. Dat is iets anders dan enkel herhalen van het ritueel, zoals we elke keer weer op zondag doen. Het daarbij laten neigt naar puur ritualisme. Het is een sacrament, dat is een genadegave die door Christus tot ons is gekomen. Een gave van God dat ons tot zijn volk maakt en dat ons mag sterken in het leven van alledag. Eucharistie vieren is geen vrijblijvende gebeurtenis: ze houdt een zending in: breek en deel jezelf in het leven van alledag, zoals hij ons heeft voorgedaan: weldoende rondgaan, vanuit een houding van overgave, van toebehoren.

Het is dus niet zomaar een willekeurige maaltijd waar samen breken en delen centraal staat. Dat zou je beter kunnen doen met smakelijke broden, salades en lekkere dranken. Het brood dat we gebruiken en de wijn die we schenken wijken bewust af van het brood en de wijn die we drinken bij een gezellig samenzijn. Ze zijn onderscheiden van het gewone samenzijn. Jezus gaf zelf ons bewust dit teken zodat we hem in tastbare vorm bij ons konden hebben en – nog belangrijker – tot ons konden nemen.

Wanneer je eerst één wordt met Christus, hem tot je laat komen, dan ontvang je daaruit de kracht om te handelen naar zijn voorbeeld.

Dat is dus sacrament en dat is genade. Dat betekent dat wij als ontvangers die genade krijgen zoals Jezus zichzelf aan ons geeft. Dat hangt dus niet af van onze eigen ideeën, want ze wordt ons niet gegeven op ons eigen gezag als mensen, maar op gezag van Jezus die doet wat Hij de Vader ziet doen. Hij maakt het zichtbaar en tastbaar door de Eucharistie waarbij je als mens wordt betrokken om het zo ook door te geven aan anderen. Want zolang er mensen zijn op aarde, die de woorden spreken en er voor elkaar zijn, zal God niet ontbreken. God die zijn Zoon aan ons heeft gegeven, zijn lichaam als levend brood, zijn bloed als nieuw verbond dat door onze aderen mag stromen.

Afgelopen week zijn we met een flinke groep jonge mensen begonnen aan een serie bijeenkomsten rondom het geloof. Centraal kwam naar voren hoe we ons geloof zelf beleven in relatie tot de kerk waarin we komen. Het is daarbij goed om te kijken naar hoe onze houding is in de zondagse vieringen. Hoe en waarom kom je hier? Wat drijft je? Wat hoop je te vinden? Het waren vragen die we samen ook bespraken waar heel verschillende antwoorden uit kwamen. Ondertussen was er iets onuitsprekelijks dat we ervoeren in verbondenheid. Noem het maar mysterie. Je ervaart het maar het is niet met woorden te beschrijven.

Wat betekent het dan om vanuit die eucharistie jezelf te breken en te delen voor de mensen om je heen? Hoe kun je samen met hen die zichzelf als gelovigen zien bouwen aan een nieuwe wereld naar Gods beeld?

Wanneer we Jezus tot ons nemen in de eucharistie geven we hem de ruimte onze roeping nieuw leven in te blazen. Onze harten mogen opengaan en misschien gaan we daardoor straks anders naar buiten dan dat we zijn binnengekomen.

Amen

Pastoor Victor Scheijde

Preek op Sacramentsdag – Feest van het heilig Bloed en Lichaam van Christus

Lezingen: Exodus 24, 3-11; Hebreeën 9, 11-15; Marcus 14, 12-26

Hemelvaart, een lesje in loslaten

Zusters en broeders,
Toen ik begin van de week met Grietko samen de steiger hier voor de kerk op ging bouwen, moest ik denken aan de hemelvaart van Jezus. Regelmatig moesten we naar boven kijken om te zien of het goed ging en hoe hoger we kwamen, hoe spannender het ook werd voor ons. Grietko en ik stonden regelmatig onderaan de steiger, of halverwege in de steiger met elkaar te overleggen hoe we een en ander het beste konden aanpakken. Een vrouw sloeg ons met veel plezier gade. Onze discussies waren blijkbaar zeer amusant en wellicht ook wel een soort wartaal in de oren van die vrouw. Technische termen afgewisseld met bouwvakkershumor en vreemde associaties die leidde tot gesprekken over ons verleden of andere onderwerpen. Een en ander zal wel gekomen zijn door de spanning van de klus, het intensieve ervan en de behoefte om van elkaar te leren. We waren er in ieder geval helemaal vol van, toch moesten we ook een heleboel van onze ideeën en angsten loslaten om zo verder omhoog te kunnen.

Ik kan mij voorstellen dat de discipelen ook helemaal vol waren van wat ze allemaal hadden meegemaakt met Jezus. Zeker zo na de opstanding van Jezus wanneer ze veertig dagen lang ogenschijnlijk op onbestaanbare wijze met Jezus optrokken. Ze zullen uitgebreid verhalen en herinneringen aan Jezus met elkaar hebben gedeeld. Mensen hebben verteld van hun belevenissen en vol enthousiasme de vernieuwing in het geloof hebben verkondigd.

Zoektocht

Veertig dagen is een volmaakte periode. Het doet denken aan de veertig jaren van het volk Israël in de woestijn of aan de veertig dagen van het vasten van Jezus. Het is als een mensenleven, een lange zoektocht door het leven waarbij je uiteindelijk tot een zeker inzicht kunt komen. De zoektocht leidt hen tot buiten de stad. Jezus leidt hen naar buiten. Ze worden losgemaakt van de omgeving waarin ze dan leven en schuilhouden en waarin ze vast dreigen te lopen door de spanningen die er zijn. Ze zijn nog te afhankelijk van de persoon Jezus en voortdurend moeten ze echt met hem zijn om richting te kunnen geven aan hun geloof. Jezus leert ze het vertrouwde los te laten en verzekert ze dat ze het echt zelf kunnen zonder dat Hij hun als het ware bij de hand moet nemen. Hij heeft ze alles geleerd wat ze nodig hebben. Zij hebben geen lessen meer nodig, maar ze moeten de Geest krijgen, zoals Jezus die heeft. Ze zitten echter met te veel vragen om dat te beseffen. Het is verleidelijk om alles precies voorgelegd te krijgen. Om te weten wat er in de toekomst gaat gebeuren en precies wanneer. Maar het is niet nodig om te weten hoe en wanneer alles vervuld is, wanneer het koninkrijk van God er eindelijk eens is. Ze hebben al dat niet nodig om in het hier en nu op een goede manier te leven zoals Jezus heeft voorgeleefd.

Het lijkt wel een soort van oerverlangen van de mens om alles precies van tevoren te weten. Maar zou het de mensen helpen of juist tegenhouden in het hier en nu te leven?
Voor ons is dat niet anders. Ook wij willen vaak alles precies van tevoren weten zodat we het gevoel hebben dat de uitkomst precies is zoals wij willen. Toch is het doorgaans een schijn dat we het precies in de hand hebben en moeten we er vooral op vertrouwen dat dingen goed gaan.

Lesje in loslaten

Zo moest ik deze week voor de renovatie van de pastorie tekeningen produceren om materialen en kozijnen te kunnen bestellen. Nu heb ik dat lang professioneel gedaan als bouwkundige, maar sinds ik acht jaar geleden in het pastoraat terecht kwam heb ik dat niet meer gedaan. Ik heb misschien wel tien keer de goten en ramen opnieuw ingemeten. Je meet totaalmaten, je meet tussenliggende maten en vanuit de bouwkundige kennis weet je hoe het dan in elkaar moet zitten. Het echte werk toont dan toch maatafwijkingen die zit in de materialen die er gebruikt zijn doordat het natuurproducten zijn of doordat het in die honderd jaar dat het gebouw staat door de elementen van de natuur uitgesleten is. Dat kun je niet zomaar in een tekeningetje opvangen. Je moet leren vertrouwen op de kennis die je hebt en dat die kennis als het ware in je ademt waardoor je op een goede manier om kunt gaan met de werkelijkheid waarmee je te doen hebt. Ik merkte dat het gezegde ‘iets in de vingers hebben’ waar is, zoals ik het tekenprogramma wat ik altijd heb gebruikt nog in mijn vingers zat en de commando’s als vanzelf door die vingers werden getypt.

Zo kun je het geloof ook volledig in je dragen en dat toegankelijk maken voor meer mensen wanneer je kunt loslaten. Niet gemakkelijk wanneer je je veilig voelt bij strikte regels van verschillende kerken die als het ware een soort handboek vormen dat, wanneer je dat precies volgt, de schijn wekt dat het gegarandeerd zal leiden tot succes. Het klinkt mooi en vertrouwt totdat je merkt dat het echte leven en de echte mensen met hun eigen ‘maatafwijkingen’ geen plaats hebben in die handleiding. Het echte leven is anders dan strikte regels en mensen maken andere levenskeuzes. Strikte toepassing van de regels leiden tot verwarring. Geloof op die manier is niet bestand tegen de werkelijkheid want het kan leiden tot een afwijzen van die werkelijkheid of tot het afwijzen van kerk of geloof. Je moet Geest hebben in het geloof. God moet in je kunnen ademen, dan is je geloof beter bestand tegen de werkelijkheid. Je komt voorbij het louter oordelen op basis van de geloofsregels. Je kunt inzien wat de achtergrond van een regel is en inzien dat mensen er niet voor de regels zijn, maar dat de regels er zijn om ten dienste van de mens te staan.

Het is als het opbouwen van een steiger of het inschatten van de opbouw van een oud gebouw. Volgens de regels kan het maar op één bepaalde manier, maar wanneer je de werkelijkheid ziet, dan blijkt het anders uit te pakken.

De hemelvaart van Jezus laat ons al zien dat wetmatigheden niet gelden. Jezus doorbreekt alle natuurwetten die er zijn, niet alleen bij zijn hemelvaart, maar in zijn hele leven. Alleen zo kan Hij er echt voor mensen zijn, los van alle regeltjes als een vogel zo vrij. Misschien is zijn hemelvaart voor ons dus een les in de kunst van het loslaten en vertrouwen op de Geest die in ons leeft, werkt en ademt in het licht van het koninkrijk van God.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde

Preek op het hoogfeest van de Hemelvaart van de Heer, 10 mei 2018
Lezingen: Handelingen 1, 1-11; Efeziërs 1, 15-23; Lucas 24, 49-53